De opleiding om ambulancier te worden zit altijd meteen vol met een diverse groep. ©Noor Corthouts

De helden achter het stuur

Ze flitsen voorbij met zwaailicht en sirene. Maar achter dat stuur zit geen anonieme chauffeur. Wel iemand die razendsnel moet schakelen, kalm moet blijven in de chaos en tegelijk mens moet zijn op iemands slechtste dag. Ambulanciers zijn veel meer dan bestuurders. “Je kan je job goed doen op een afstandelijke manier, maar ik denk zeker dat het bij onze job belangrijk is dat we dat op een warme, professionele manier doen”, vertelt ambulancier Pascal Galand (44).

Wie denkt dat je zomaar ambulancier wordt, heeft het mis. De opleiding hulpverlener-ambulancier 112 is strikt gereglementeerd en zit steevast vol. “Per cursus mogen maximaal 36 mensen starten,” legt Jef Even, opleidingsdirecteur Dringende Geneeskundige Hulpverlening bij het Provinciaal Instituut voor Vorming en Opleiding (PIVO), uit. “Dat is geen toeval. De opleiding bevat veel praktijk en die gebeurt in kleine groepen.”

PIVO organiseert jaarlijks meerdere cursussen, maar de vraag blijft groot. De deelnemers zijn opvallend divers: jongeren van 18 jaar die net van school komen, maar evengoed veertigers of vijftigers die een carrièreswitch maken of vrijwilliger willen worden naast hun vaste job.

De opleiding duurt bij PIVO ongeveer 140 uur en combineert theorie en praktijk. Cursisten leren hoe het menselijk lichaam reageert op ongevallen en ziektes, hoe ze patiënten correct benaderen en welke medische handelingen ze wel en niet mogen uitvoeren. Daarna volgt een stage van 40 uur, onder meer in UZ Leuven en UZ Brussel. En ook daarna stopt het niet: jaarlijkse bijscholingen en vijfjaarlijkse testen zijn verplicht. “Je moet blijven bewijzen dat je het kan,” zegt Even. “Dat is nodig, want de verantwoordelijkheid is enorm.”

“Je komt van alles tegen, je kan het zo gek niet bedenken.” ©Noor Corthouts

“Het rijden is niet het moeilijkste”

Voor Pascal Galand begon het verhaal in 2012. Hij werkt in het onderwijs, maar rijdt al jaren als vrijwilliger met de ambulance voor de 112. Eerst in Leuven, een stad die hij omschrijft als “altijd druk”. “Veel studenten, veel alcohol, maar ook zware ongevallen. Je maakt echt alles mee.”

Opvallend: het rijden met sirene en zwaailicht is volgens Pascal niet het zwaarste deel van de job. “Dat leer je wel. Spannend in het begin, ja. Maar het moeilijkste is het patiëntencontact. Inschatten wat er aan de hand is, mensen geruststellen, correct handelen onder druk.” Toch kan het verkeer frustrerend zijn: “Niet iedereen gaat opzij. In een stad als Leuven is dat soms echt zoeken.”

Ambulanciers hebben ook regelmatig te maken met agressie, vooral van patiënten onder invloed. “Dat gebeurt jammer genoeg. Dan moet je professioneel blijven, ook al is dat niet altijd evident.”

Mens zijn in crisismomenten

Ambulanciers komen letterlijk binnen in het leven van mensen op hun kwetsbaarst. Midden in de nacht, in een rommelig huis, bij paniek of pijn. “Dan is respect cruciaal,” zegt Pascal. “Mensen zijn vaak dankbaar als je hen op hun gemak stelt. Dat warme contact maakt het verschil.”

Sommige situaties blijven hangen. Zeker met kinderen. “Ik heb twee baby’s moeten reanimeren. Dat vergeet je nooit.” Binnen de brandweer is er ruimte voor nazorg en gesprekken, maar vaak zijn collega’s elkaars grootste steun. “Veel praten helpt,” zegt hij.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *