Helden en rituelen als gereedschap: hoe verhalen een identiteit vormen
België is een complex land, met een nog complexere geschiedenis. ©Stef Stans

Helden en rituelen als gereedschap: hoe verhalen een identiteit vormen

Historicus Eric Hobsbawm stelde in The Invention of Tradition dat tradities vaak bewust worden gecreëerd om identiteit te versterken. België deed dat met figuren als Ambiorix, de Guldensporenslag en verschillende rituelen. Maar ze hebben sinds de 19de eeuw een heel andere context gekregen: “Het toe-eigenen van geschiedenis is steeds een politiek spel geweest”.

De renovatiewerken aan de Leeuw van Waterloo zijn begonnen. Het monument, dat al twee eeuwen uitkijkt over het slagveld waar Napoleon in 1815 werd verslagen, krijgt een opknapbeurt van meer dan een half miljoen euro. Precies 200 jaar na de oprichting moet de bronzen leeuw in 2026 opnieuw blinken. “Vandaag is het een van de grote toeristische bestemmingen in België”, zegt Siegfried Evens, gastprofessor geschiedenis aan UHasselt. “Er komen veel bezoekers naartoe, en daar wordt dan ook veel geld in geïnvesteerd.”

De Leeuw van Waterloo werd in 1826 opgericht. Het monument lijkt een baken van nationale trots, maar dat beeld is misleidend. Historicus Eric Hobsbawm stelde in 1983 in zijn boek The Invention of Tradition dat veel tradities die als eeuwenoud worden voorgesteld, eigenlijk veel recenter zijn uitgevonden.

Luister hieronder naar professor Evens die uitlegt hoe de Leeuw van Waterloo in deze theorie past:

Het verhaal achter het monument is niet altijd hetzelfde geweest. Oorspronkelijk herdacht het vooral de plek waar de Prins van Oranje gewond raakte, een eerbetoon van de Nederlandse koning Willem I aan zijn zoon. Later ging het van een Nederlands project naar een Belgisch nationaal symbool. “Het is uiteindelijk een symbool geworden van onze strijd tegen Frankrijk”, legt Evens uit. De leeuw is dus een schoolvoorbeeld van wat Hobsbawm in zijn theorie beschreef .

En hij staat niet alleen: ook andere Belgische monumenten en heldenverhalen schetsen een geromantiseerd verleden dat vaak veel genuanceerder is. En sinds het ontstaan van België zijn deze verhalen vaak opnieuw aangepast aan nieuwe identiteiten en politieke contexten.

Het jonge België

Toen België in 1830 onafhankelijk werd, moest het land zichzelf uitvinden. De romantiek van de 19de eeuw lanceerde het idee dat elk volk een eigen ziel heeft. Historici gingen op zoek naar die ziel en vonden in het verleden feiten die, na wat interpretatie, konden dienen om een nationale identiteit te creëren.

“Men is historische feiten gaan interpreteren op een manier om de staat te verheerlijken”, zegt Robert Nouwen, auteur van Ambiorix tegen Caesar. “De opstand van Ambiorix en het feit dat Caesar de Belgen de dapperste noemde, paste perfect in dat plaatje.”

Ambiorix versloeg ooit anderhalf legioen Romeinse soldaten, maar zijn status als dapperste der Galliërs kreeg hij pas na 1830. “Naar aanleiding van de Belgische onafhankelijkheid is men een aantal helden gaan opzoeken”, legt Nouwen uit. “Hetzelfde gebeurde in andere nieuwe staten.” Ambiorix werd hét symbool van Belgische moed, met een standbeeld in Tongeren als tastbare herinnering.

Ook andere figuren kregen een plaats in dit nationale pantheon: de Galliër Boduognat in Antwerpen, Karel de Grote, Clovis en Godfried van Bouillon. “Het herschrijven van verhalen en interpreteren van de geschiedenis had dus steeds politieke doeleinden”, benadrukt Nouwen.

Onze eerste koning Leopold I schiep samen met de eerste regeringen een hele nieuwe identiteit voor hun nieuwe land. ©Stef Stans

Deze heldenverhalen moesten één ding doen: het gevoel van trots en verbondenheid versterken. Een jonge staat had nood aan symbolen die het idee van ‘Belg zijn’ konden dragen.

Maar de context is vandaag anders. “Nu de politieke situatie in België sterk veranderd is ten opzichte van haar beginjaren, is het logisch dat ook die heldenverhalen in een andere context gebruikt worden”, zegt Nouwen. De mythen van toen blijven bestaan, maar hun betekenis verschuift mee met de tijd.

Communautaire breuklijn

Toen België voor het eerst een identiteit vormde, waren heldenverhalen een bindmiddel. Maar met de opkomst van het communautaire in de 20ste eeuw verschoof die focus naar de regio’s. “De gemeenschappen en regio’s doen hetzelfde als wat de overheid in de 19de eeuw deed”, zegt historica en professor aan de VUB Anne Morelli. “Zo haalt bijvoorbeeld het Vlaamse nationalisme elementen uit het verleden om aan te tonen dat Vlaanderen iets eeuwigs is dat altijd heeft bestaan.”

Het bekendste Vlaamse voorbeeld is de Guldensporenslag van 1302, waar volgens het belende volksverhaal de Vlamingen een frans ridderleger versloegen. In werkelijkheid ging het om een middeleeuwse machtsstrijd tussen leenheren en de Franse kroon.

“Het heeft niets nationalistisch, veel stedelingen spraken zelfs geen Nederlands”, benadrukt Morelli. “De Guldensporenslag is begonnen als een Belgische herdenking. Het werd gezien als een Belgische veldslag. Later is daar dan die taalkwestie aan gebonden.”

Toch werd het in de 19de eeuw, dankzij Hendrik Conscience, een symbool van Vlaamse onafhankelijkheid. Politici presenteren het nog steeds als een strijd van Vlamingen tegen Frankrijk, terwijl er zelfs Namenaren meevochten. De mythe blijft, ondanks de historische nuance.

De Belgische leeuw kreeg sterke concurrentie van de Vlaamse en Waalse symbolen. ©Stef Stans

Aan Waalse kant krijgt Jules Destrée een grote status. Hij wordt gevierd als verdediger van Waalse cultuur en sociale rechten, met straten en een instituut die zijn naam dragen. Maar achter dat beeld schuilt een complexere realiteit. “Als je kijkt naar wie deze figuur is, dan is hij antisemitisch, hij zei vreselijke dingen over joden, vrouwen en buitenlanders”, zegt Morelli.

Vandaag zijn dus veel van de verhalen die origineel voor België werden ongezet ingebed in regionale identiteiten. Maar één instelling die zich voortdurend aanpast om relevant te blijven, maar toch haar tradities behoudt

De monarchie

Het Belgische koningshuis is vanaf het begin een compromis geweest, en blijft vervellen en zich aanpassen. Leopold I, onze eerste koning, was een Duitser die trouwde met een Franse prinses. “Onze eerste koning was geen Belg, hij had niets met België te maken”, zegt historica Anne Morelli.

Ook zijn opvolgers huwde met buitenlandse dynastieën: Oostenrijk, Zweden, Spanje, Italië. “De stamboom van de koninklijke familie is allesbehalve puur Belgisch”, benadrukt Morelli. Toch werd het huis van België een belangrijk symbool van nationale eenheid.

‘Eendracht maakt macht’, en het koningshuis ziet het als zijn taak die eendracht te bevorderen. ©Stef Stans

Om die positie te behouden, grijpt de monarchie naar rituelen zoals het Te Deum. Op 21 juli en Koningsdag klinkt in kerken nog steeds ‘Wij loven U, o God’. “Het Te Deum is een traditie om te laten zien dat de koning een zeer belangrijk persoon is”, zegt Morelli. “Is hij dat nog? Dat is voor iedereen anders. Maar het is het symbool van België.” Het koningshuis past zich aan, maar houdt vast aan deze ceremonieën om een pro-Belgisch verhaal te blijven vertellen.

Ondanks de symboliek speelt de koning nog een rol in politieke crisissen. Bij regeringsonderhandelingen is het vaak het paleis dat partijen samenbrengt. “Het is bij hem dat onderhandelingen hebben plaatsgevonden”, zegt professor Morelli. Zelfs Bart De Wever, Vlaams nationalist, verdedigde recent de Belgische zaak als premier tijdens de Euroclear-discussies. Het toont dat, ondanks de federale realiteit, het discours over België niet verdwenen is.

Lezen en leren

Het gebruik van geschiedenis, zoals beschreven in The invention of tradition, om politieke doelen te dienen is dus geen nieuw fenomeen. “Geschiedenis wordt altijd ingezet door de politieke macht”, zegt Anne Morelli. Professor Siegfried Evens noemt het zelfs “een vorm van propaganda” die later een eigen leven gaat leiden. Mythen en symbolen blijven bestaan, ook al verandert hun betekenis doorheen de tijd.

Welke versie van het verleden je hoort, bepaalt je beeld. “Geschiedenis heeft een impact op iedereen”, benadrukt Robert Nouwen. “Het toe-eigenen van geschiedenis is steeds een politiek spel geweest.” Dat spel past zich aan de context aan: wat ooit nationale trots moest uitstralen, krijgt vandaag een regionale of culturele invulling.

Alle experts zijn het eens: dit is van alle tijden. Het beste wat je kunt doen? Kritisch blijven en op zoek gaan naar de feiten achter de verhalen. Alleen zo zie je het volledige plaatje, en begrijp je niet alleen de mythen, maar ook de werkelijkheid erachter.

1 reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *