Wanneer de lichten in huis doven en de meeste mensen naar bed gaan, beginnen sommigen pas aan hun werkdag. Nachtwerkers zorgen ervoor dat ziekenhuizen blijven draaien, onze straten veilig zijn en dat pakketten op tijd worden bezorgd. Hun job is onmisbaar, maar niet zonder risico.
Een goede nachtrust ontstaat door een goed ritme van de dag, regelmaat en de rust van de nacht. Maar bij nachtwerk is dit niet vanzelfsprekend. Er wordt dan niet alleen ingegaan tegen de klok op de muur, maar ook tegen de interne klok.
Rianne Braal is slaapoefentherapeut in Utrecht. In haar praktijk kloppen mensen aan met allerhande slaapproblemen, dus ook nachtwerkers. “Slaap is belangrijk voor je fysieke en mentale herstel. In het begin van de nacht heb je vooral fysiek herstel en aan het eind van de nacht heb je mentaal herstel. Dat zorgt ervoor dat je fris en fruitig weer aan de dag kan beginnen”, vertelt Braal. De verstoorde nachtrust waar nachtwerkers regelmatig mee kampen, kunnen dus grote gevolgen hebben voor het functioneren overdag. Onderzoek wijst namelijk uit dat een verband is tussen slaapstoornissen, de kwaliteit van de slaap en nachtwerk.
Een lichaam dat niet kan wennen
Bij tijdelijke verandering van het levensritme, zoals een verre reis, merk je hoe flexibel het lichaam kan zijn. “Als je drie maanden in het buitenland bent, kan je biologische klok zich aanpassen”, zegt Braal. “Maar als je ritme steeds verandert, dan wordt het een grote chaos.” Dat is precies wat er gebeurt bij mensen die ’s nachts of in ploegendiensten werken. Het lichaam krijgt geen kans om zich aan te passen aan het nieuwe ritme.
De shiften waarbij ochtend-, avond- en nachtdiensten elkaar regelmatig afwisselen, zijn enorm belastend voor het lichaam. Ze staan geen herstel toe waardoor er nooit een behoorlijk slaapritme kan ontstaan. Dat maakt het ook lastig om overdag echt tot rust te komen. “Overdag zijn er elementen die je slaap verstoren”, zegt Braal. “Sirenes, verkeer, mensen die wakker zijn. Zelfs met verduisterende gordijnen blijft het lichaam signalen ontvangen die zeggen dat het tijd is om actief te zijn.”
Meer dan alleen moe
Ons lichaam is ingesteld op het eten van voedsel overdag. De lever, darmen en alvleesklier werken op basis van daglicht en activiteit. Als we ’s nachts eten, kan dat voor verwarring zorgen in ons lichaam. Onderzoek toont aan dat nachtwerkers 30% meer kans hebben om diabetes type 2 te ontwikkelen in vergelijking met hun collega’s die overdag werken. En hoe langer of vaker iemand nachtdiensten draait, hoe groter het risico wordt op dat soort klachten.
Braal bevestigt dit. “Neem bijvoorbeeld je lever. Op het moment dat iemand ’s nachts gaat eten, begint de lever te werken. Die veronderstelt dat het lichaam aan het werk moet en zet de voedingsstoffen om in bruikbare energie. Maar omdat nachtwerkers vaak kort na de maaltijd gaan slapen, is dit systeem ontregeld.”
Vermoeidheid vermindert ook de concentratie en verhoogt hierdoor de kans op fouten. Dat vormt een probleem dat in sectoren zoals de zorg extra zwaar doorweegt. “Dan vinden we het gek dat er fouten worden gemaakt tijdens bijvoorbeeld operaties”, zegt Braal, “maar de chirurgen of verplegers zijn wakker wanneer ze eigenlijk moeten slapen.”
De illusie van inhalen
In een cultuur waar productiviteit heel belangrijk is, gaan mensen ervan uit dat slaap in te halen is. Ze denken dat een paar lange nachten of een weekend ervoor zorgen dat alles weer goed komt. Maar volgens Braal klopt dat niet. “Het idee van slaap inhalen is een mythe. Het is een fijn idee, de gedachte dat je iets goed kan maken. Ook langer in bed blijven liggen als je slaap tekort komt, zorgt meestal niet voor betere slaap.”
Wat echt helpt, is regelmaat en routine. Als je elke dag op hetzelfde tijdstip opstaat, eet en rust, helpt dat je lichaam om in een ritme te komen. Middelen zoals melatonine bieden daarbij geen oplossing. “Het is eigenlijk vooral bedoeld als je bijvoorbeeld een jetlag hebt. Dan kan dat heel goed helpen,” vertelt Braal. “Of als blijkt dat de aanmaak van je melatonine vertraagd is. Maar dit is heel zeldzaam. Dus het is eigenlijk heel raar dat dit middel gewoon in een drogisterij te koop is.”
Beter roosteren, niet romantiseren
Is het mogelijk om een goed slaappatroon te hebben bij nachtdiensten? “Je moet er het beste van maken”, zegt Braal. “In de dagen eromheen moet je zorgen dat je een vast ritme hebt. Zo kan je de nachtshiften het beste opvangen.”
Braal haalt aan dat er in sommige ziekenhuizen wordt geëxperimenteerd met aangepaste nachtdiensten en zelfroosteren. Teams kunnen hier gezamenlijk bepalen wie wanneer werkt. De eerste resultaten wijzen op minder vermoeidheid en minder lichamelijke klachten. Zulke initiatieven tonen aan dat nachtwerk niet per definitie onmenselijk hoeft te zijn, maar wel doordacht georganiseerd moet worden.
De prijs van een wakkere samenleving
“Slapen is niets doen,” zegt Braal. “Niets fysiek en ook niets mentaal.” Maar voor wie ’s nachts werkt, blijkt dat nietsdoen best moeilijk. Het vergt een goed ritme en regelmaat, om niet alleen het lichaam te beschermen, maar ook het brein.

