Mindfulness, harmonie en vriendschap zullen misschien niet de eerste woorden zijn die in je opkomen wanneer je de snelle, agressieve trappen uit karate of taekwondo ziet. Gevechtssporten hebben vaak de perceptie dat ze draaien om fysiek contact, competitie en leren vechten. Maar de normen, waarden en culturele invloeden die zeker in de traditionele verdedigingssporten centraal staan vertrekken vanuit dezelfde basis die zoveel mensen vandaag de dag naar yoga en meditatie doet grijpen.
In de huidige samenleving moet alles zeer snel. Er ligt een grote nadruk op performance, met vaak te weinig ademruimte. Burn-outs zijn alledaags nieuws, en meer en meer mensen hebben nood aan rust. Het verklaart de groeiende interesse in mindfulness en Oosterse spiritualiteit, waarbij de nadruk ligt op het wereldse van je af te zetten. Met meer dan 1.500 meditatie-apps en een verdubbeling aan yogascholen in de afgelopen tien jaar (naar data van BoldData) hebben meditatie en yoga de mainstream ondertussen volledig bereikt.
Maar er is nog een andere categorie die niet direct met rust en spiritualiteit wordt gelinkt: verdedigingssport. Die perceptie is natuurlijk begrijpelijk: Elke verdedigingssport heeft een fysiek aspect waarbij de technieken worden aangeleerd en uitgevoerd. Dat is heel actief, en daarbij zijn vormen zoals kickboksen en MMA (Mixed Martial Arts) de laatste jaren ook steeds populairder. Deze moderne, agressieve stromingen leggen de focus op snelle slagen en trappen om de aanvaller uit te schakelen. Dan kan een beeld snel gevormd worden.
Toch heeft elke verdedigingssport een kern van normen en waarden die de beoefenaar meekrijgt en zorgt voor een ontwikkeling die van buitenaf niet altijd zichtbaar is. Traditionele verdedigingssporten zoals de Japanse karate, judo of jū-jutsu gaan hier nog veel verder in.
Budō als cultureel begrip
Deze verdedigingssporten zijn veel meer dan technieken voor zelfverdediging of fysieke training. Ze zijn diep geworteld in de Japanse cultuur, filosofie en geschiedenis en dragen die normen en waarden over. Vanwege dat culturele vertrekpunt hebben deze stromingen dan ook een hoog aanzien in Japan en worden als ‘krijgskunsten’ gezien. Ook achter die naam gaat veel mening schuil. In het Japans wordt het geschreven als budō (武道), letterlijk ‘de weg van de krijger’.

Hoewel deze naam misschien lijkt in te gaan tegen rust en kalmte, is het een kerngegeven in alle budō dat de beoefenaar nooit de eerste slag uitdeelt. Dit wordt symbolisch aangegeven in het eerste teken bu (武), waarin het teken voor ‘stoppen’ (止) verweven zit. Een budōka (budō-beoefenaar) mag nooit het gevecht beginnen, maar moet het juist voorkomen of stoppen. Er wordt veel waarde gehecht aan zelfbeheersing (seigyo). Aangezien de handen en voeten van een geoefend budōka in principe wapens zijn, is het belangrijk om altijd controle te behouden.
De kracht van de tegenstander
Om aan te geven hoe centraal mentale rust (zen) en innerlijke kracht zijn in de budō, is jū-jutsu een perfect voorbeeld. De technieken uit die stromingen zijn allemaal gebaseerd op rustig wachten tot de tegenstander aanvalt, en vervolgens de kracht die in die aanval zit gecontroleerd tegen de tegenstander keren. Erik Melotte, oprichter van een KōKōDō jū-jutsu-school in Genk en achtste dan, licht toe: “Klemmen, drukpunten en innerlijke kracht vormen de drie pijlers om iemand uit te schakelen binnen de KōKōDō. Dit komt doordat de oorsprong van jū-jutsu in het tijdperk van de samoerai ligt. Het was voor de beoefenaars van levensbelang om in alle rust iemand die wild komt afstormen te neutraliseren. Ruwe fysieke kracht proberen te gebruiken bij onze technieken wordt ook op de vingers getikt, omdat dit ingaat tegen onze principes.”

Filosofische waarden als basis
Harmonie staat in jū-jutsu centraal. De naam betekent letterlijk vertaald ook ‘zachte kunst’. Door de kracht van de tegenstander te gebruiken worden technieken efficiënt en hoeft de beoefenaar zelf niet fysiek sterk te zijn. Ook het idee dat conflicten best met minimale schade worden opgelost is duidelijk terug te vinden in jū-jutsu. Dit sluit aan bij bredere Japanse filosofieën zoals chowa, waarbij harmonie, evenwicht en rust kerngedachten zijn. Zo worden filosofische waarden verwerkt in het beoefenen van budō.
“Soke Irie, de oprichter van de KōKōDō-school, is ook heel bezield door het Shintoïsme, de Japanse natuurreligie. Hij groeide op in Ōmiya, een stad met prachtige oude tempels, en heeft die invloed verwerkt in zijn technieken,” voegt Melotte toe, “de rust en de spirituele kracht die in de tuinen van de tempels aanwezig is stromen door in onze technieken en de normen en waarden van KōKōDō. Als Westerlingen begrijpen we die spiritualiteit soms niet zo goed, maar als je zelf in die tuinen bent, dan voel je die kracht, die rust, en dan klopt het plaatje.”
Ook KōKōDō-student Ryan Oosterlinck kan meespreken over de rust en balans die hij vindt in KōKōDō. Na een moeilijke schooltijd vond hij in verdedigingssport een positieve uitlaatklep voor de druk in het leven. Hij begon bij taekwondo en varianten, maar vond de prestatiedruk van competitie te dwingend. “Op zoek naar iets anders ben ik bij KōKōDō uitgekomen”, begint hij, “Van de eerste keer dat ik hier de op mat stapte, wist ik: dit is het. Wat er ook aan de hand is in mijn leven, zodra ik afgroet en de mat op stap, kom ik tot rust. Dat is enorm bevrijdend.”
De weg (dō) als levenspad
Kōkōdō jū-jutsu noemt ook niet voor niets zo. Een belangrijk cultureel aspect van Japanse budō is het begrip dō (道), vertaald “de weg” of “het pad”. Een verdedigingssport draait niet alleen om techniek, maar is een levenslange weg van zelfontplooiing. Het doel is niet om anderen te verslaan, maar om zichzelf te ontwikkelen op fysiek, mentaal en moreel vlak. Dit uit zich ook in de manier waarop technieken in KōKōDō worden ontwikkeld en aangeleerd.
“KōKōDō betekent ‘de weg van het Keizerlijk licht’. Dat licht is oneindig, en staat symbool voor de altijd evoluerende technieken die sensei Soke doorheen heel zijn leven blijft ontwikkelen en aanpassen”, legt Melotte uit, “wij geven die nieuwe versies dan op onze beurt terug door aan onze studenten. Die nemen tenslotte allemaal hun eigen tijd om alles in zich op te nemen.”
De ware meester is levenslang student
Die altijd veranderende technieken slaan terug op het idee binnen budō dat niemand ooit ‘uitgeleerd’ is. Het is nauw verbonden met nederigheid (kenkyo) en discipline, twee waarden die in alle verdedigingssporten terugkeren. Een hogere band betekent dan ook niet superioriteit, maar verantwoordelijkheid.
Zo krijgt de hoogste graad binnen KōKōDō een paarse gordel. Dit is zo gekozen omdat paars een hoge status heeft in de Japanse cultuur.
“Paars staat voor trouw aan Japan, maar ook voor de verborgen technieken die je leert als je de hogere graden behaalt,” legt Melotte uit, “In de kleur paars zitten alle andere kleuren, en de kleur zelf is in feite onzichtbaar. Dat staat voor Soke symbool voor de subtiele technieken die ik toepas, waarvan jij niet eens zou zien dat ik ze gebruik, totdat je lang genoeg de ‘weg’ bewandelt om ze ook te leren. Dat zijn het soort cultureel geïnspireerde nuances die me erg aantrekken.”
Respect, vriendschap en harmonie
Respect vormt de kern van elke Japanse budō. Elke vorm heeft een aantal gedragsregels, reigi. Bekende voorbeelden hiervan zijn het groeten (rei) bij het betreden en verlaten van de dojo en het respect voor de sensei en medeleerlingen. Bij KōKōDō zijn de belangrijkste waarden naast respect die van vriendschap en harmonie.
“Die drie waarden zijn nauw met elkaar verbonden,” legt Melotte uit, “Respect is de belangrijkste. Daarnaast vormt er zich een harmonie als je samen op de mat staat en traint, en daaruit vloeit dan vriendschap voort naast de mat.”
Door training nemen studenten die waarden in zich op. Dat uit zich in weerbaarheid, karaktervorming en een groei in zelfvertrouwen. Je groeit naar die innerlijke balans die zo centraal staat in de Oosterse filosofie.
“Als mensen de eerste keren komen trainen, zijn ze vaak ingetogen,” duidt Melotte, “na een tijd zie je ze openbloeien. Ze leren hun lichaam en geest beter kennen, hun houding wordt beter. Ze zijn zelfverzekerder en nemen dat ook mee in het dagelijkse leven.”
Luister hieronder ook naar een ex-karateka die terugblikt op de invloed van budō op zijn leven:

