Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil de verplichte anonimiteit van sperma- en eiceldonoren volledig afschaffen. Een beslissing die juridische, medische én emotionele gevolgen heeft: “Antwoorden op vragen rond afstamming geven donorkinderen de kans om zich beter te kunnen spiegelen.”
Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil dat kinderen die via een donor zijn verwekt eindelijk kunnen achterhalen van wie ze afstammen. Het voorstel komt er niet zomaar. Het Grondwettelijk Hof oordeelde eerder dat het verbod om donorinformatie op te vragen in strijd is met de grondwet
Bij het Afstammingscentrum, een Vlaamse organisatie die mensen begeleidt met vragen over hun afkomst, klinkt er vooral opluchting. “Wij zijn vanaf het begin al voorstander geweest van het opheffen van anonimiteit”, zegt coördinator Ankie Vandekerckhove. “Het is een fundamenteel mensenrecht om te weten van wie je afstamt.”
Vandaag blijft die informatie in de meeste gevallen voor altijd verborgen, maar dat verandert als het nieuwe wetsvoorstel wordt goedgekeurd. Vanaf twaalf jaar zouden donorkinderen toegang krijgen tot gegevens over hun donor.
Volgens Vandekerckhove gaat het veel verder dan nieuwsgierigheid. “Het raakt aan je identiteit”, benadrukt ze. Veel mensen beseffen volgens haar niet welke impact het heeft als je met die vragen blijft zitten.
“In het voorstel kunnen kinderen zelf kiezen welke informatie ze willen”, legt ze verder uit. “Enkel algemene kenmerken zoals haarkleur en lengte, of ook naam en woonplaats van de donor.”
Als alles volgens plan verloopt, komt de nieuwe wet er in 2027.
En de andere donorkinderen?
Voor donorkinderen die vóór 2027 geboren zijn, verandert er weinig. Donoren die destijds anoniem doneerden, mogen zelf beslissen of ze hun anonimiteit opheffen. Minister Vandenbroucke benadrukt dat hun rechten beschermd blijven. Fertiliteitscentra krijgen ook drie jaar om het resterende anonieme materiaal op te gebruiken.
Tibo De Koster weet hoe het voelt om met vragen te blijven zitten. Hij is 24, donorkind en lid van Donorkinderen vzw. “Ik ben kind van een alleenstaande mama”, vertelt hij. “Ik heb altijd geweten dat ik een donorkind was, maar ook altijd met vragen gezeten over mijn afstamming.”
Volgens De Koster schiet het wetsvoorstel deels tekort: “Bestaande donorkinderen zouden meer afstammingsinformatie kunnen ontvangen, zonder dat de anonimiteit retroactief wordt afgeschaft.” Zo pleiten hij en de vzw ervoor dat fertiliteitscentra verplicht zouden moeten worden om alle beschikbare niet-identificeerbare gegevens te overhandigen, zoals medische en fysieke informatie of brieven die donoren schreven.

Die vragen gaan verder dan nieuwsgierigheid. “Anderen kunnen simpelweg aan hun ouders vragen op welke leeftijd ze grijs worden of welke medische risico’s ze lopen”, zegt hij. “Voor mij is dat veel lastiger.”
De tijd dringt, waarschuwt hij. “Er zijn vandaag donorkinderen die bijna 30 worden. Volgens de huidige bewaartermijn verdwijnen dossiers na 30 jaar. Mensen zijn bang dat hun informatie gewoon verdwijnt.”
Evenwichtsoefening
“Antwoorden op vragen rond afstamming geven donorkinderen de kans om zich beter te kunnen spiegelen”, zegt Tibo De Koster. Vriendjes doen dat vanzelf aan hun ouders, maar voor hem was die mogelijkheid er alleen bij zijn moeder. “Door dat spiegelen kun je je identiteit een plaats geven. Dat is cruciaal voor identiteitsvorming en ontplooiing.”
Het gaat niet alleen om psychische gezondheid, maar ook om medische veiligheid. “Wanneer donorkinderen bij de dokter komen en die vraagt of er een ziekte in de familie zit, moeten ze juist kunnen antwoorden”, legt De Koster uit. “Onze mentale en fysieke gezondheid heeft vaak een genetische component.”
Zo’n wet maken blijkt toch geen eenvoudige oefening. “We zitten met botsende rechten en afspraken”, zegt Ankie Vandekerckhove van het Afstammingscentrum. Donoren van vroeger kregen de garantie dat ze anoniem zouden blijven. “Bij adopties zien we hetzelfde probleem. Maar in die situatie is de publieke opinie al anders, bij spermadonors ligt dit gevoeliger.”
Voor toekomstige donoren is het eenvoudiger zegt Vandekerckhove: “Zij stemmen ermee in dat ze later identificeerbaar zijn. Maar je kan je afvragen of een contract uit de jaren ’90 zwaarder weegt dan een verklaring van Het Grondwettelijk Hof.”
Ondanks de knelpunten zien beide experts het wetsvoorstel als een stap vooruit. “Absoluut”, zegt De Koster. “Voor toekomstige donorkinderen, en zeker wat betreft medische informatie, kan België hiermee een voortrekkersrol spelen.” Ook Vandekerckhove is hoopvol: “Het is belangrijk dat dit nu echt een verbetering wordt.”


Pingback: Identiteit boven anonimiteit: wetsvoorstel over anonimiteit van donoren zorgt voor debat – De Stef Standaard