Op de industriële bovenverdieping van C-mine in Genk duikt een stad uit karton op. Alphabet City brengt verborgen en vergeten Genkse letters samen, en toont hoe typografie ook erfgoed is. De expo geeft oude letters en letterontwerpen een nieuw leven.
Alphabet City vult de grote Compressorenhal van C-mine in Genk. De installatie vormt een fictieve stad met straten, torens en een kerk. Alles bestaat uit kartonnen en houten constructies. Doorheen Alphabet City tonen vijf ontwerpers 26 nieuwe alfabetten, gebaseerd op letters die ze in Genk vonden. “De Compressorenhal vraagt om iets groots. Een verzameling panelen zou verdwijnen in die ruimte. Zo is het idee van een stad ontstaan: Alphabet City”, zegt curator Jo Klaps.
De vijf ontwerpers van Alphabet City zijn Jo De Baerdemaeker, Erik Desombere, Geertrui Storms, Sam Van Vaerenbergh en Jo Klaps, de curator.
Waarom Alphabet City belangrijk is
Klaps werkt al jaren met erfgoed. Daarbij merkte hij hoe snel onbekende letters uit het straatbeeld verdwijnen.
“Mensen breken gebouwen af en beseffen niet dat er prachtige letters op staan. Dan is het te laat. Weg is weg.”
Jo Klaps.
Om dat verlies tegen te gaan startte hij Font Rescue op, een project dat bedreigde lettervormen digitaliseert en omzet naar bruikbare lettertypes. “Ik wil oude letters redden. Ik scan ze, teken ze opnieuw in Illustrator (computerprogramma) en maak er digitale fonts van. Zo krijgen ze opnieuw een functie”, zegt hij.
Alphabet City was voor hem een logisch vervolg. “Ik wil tonen dat letters ook erfgoed zijn. Letters zijn net zo waardevol als schilderijen of beelden”, zegt Klaps.
Typograaf met passie
Letterontwerper Jo De Baerdemaeker is één van de vijf ontwerpers achter Alphabet City. Hij runt zijn eigen studio, Studio Type in Antwerpen. In het Alphabet City-project vond hij meteen aansluiting.
De Bardemaeker onderzoekt al jaren Belgische lettergieterijen en drukletters. De aandacht voor erfgoed is ook voor hem essentieel.
“Er verdwijnt voortdurend belettering uit het straatbeeld. Dat is normaal, steden evolueren. Maar we moeten die vormen documenteren voor ze weg zijn.”
Jo De Baerdemaeker.
Alphabet City gaf hem en de andere ontwerpers de kans om dat onderzoek tastbaar te maken. “We hebben 26 letters gekozen en die volledig gedigitaliseerd. Vaak bestond er geen compleet alfabet. Dan moesten we ontbrekende letters interpreteren en bijontwerpen”, zegt hij.
Op jacht naar letters in Genk
Het team trok Genk in en werkte met archieven en oude foto’s. De Baerdemaeker vond bijzondere inspiratie in monumenten en oude metalen deksels. “Ik heb frottages (kunsttechniek waarbij een ontwerp gemaakt is door met een potlood over een voorwerp, op papier te wrijven) gemaakt van een oud deksel. Dat zijn afwrijvingen om de lettervorm zo precies mogelijk vast te leggen. Daarna heb ik scans gemaakt en het lettertype volledig opgebouwd”, zegt De Baerdemaeker. Het nieuwe font kreeg de toepasselijke naam ‘Genk’.
Ook Klaps deed verrassende ontdekkingen. Zo stapte hij voor het eerst de Sint-Albertuskerk in Genk binnen.
“Ik reed al 43 jaar langs die kerk, maar ik was er nog nooit binnen geweest. Toen ik binnenkwam dacht ik: ‘Wauw. Wat een schat aan letters’.”
Jo Klaps.

Van vondst tot digitaal alfabet
De digitalisatie van de Genkse lettervondsten bleek een tijdrovende puzzel. “We zijn bijna twee jaar bezig geweest”, zegt De Baerdemaeker. “We moesten ontbrekende karakters bedenken, historische voorbeelden zoeken en beslissen hoe ver we van het origineel mochten afwijken.” Het resulteerde uiteindelijk in een reeks volledig bruikbare digitale alfabetten, die later ook te koop worden aangeboden.
De Baerdemaeker sluit niet uit dat er nieuwe steden volgen. “Het concept staat op poten. Als een andere stad interesse heeft, kunnen we opnieuw vertrekken van lokale letters. De vorm hoeft niet telkens hetzelfde te zijn.”
Alphabet City maakt zo duidelijk dat typografie meer is dan communicatie. Het is vormgeving, geschiedenis en emotie.
“Oude letters nieuw bloed geven is het mooiste wat je kan doen.”
Jo Klaps.

