Als een school zijn deuren voor twee dagen sluit, voelen niet alleen ouders en leerkrachten dat. Ook voor kinderen en jongeren is het een onderbreking van hun wekelijkse routine. Wat voor de ene een leuke vrije dag is, kan voor de andere zorgen voor chaos en onrust.
Schooldirectrice van ’t Bieske in Lanaken, Petra Kuype͏r͏s, moest noodgedwongen haar school sluiten door de vele stakende leerkrachten. Volgens haar zal de meeste impact gevoeld worden door leerlingen met een lastige thui͏ssituatie͏. “Voor hen is de school een veilige haven,” legt ze uit. “Structuur, voorspelbaarheid en duidelijkheid vallen plots weg. Sommige kinderen zijn vandaag ook meer op zichzelf aangewezen. Dat is een zorg.”
Voor andere leerlingen kan een stakingsdag wél positief uitdraaien: iets gaan doen met de grootouders, op uitstap gaan of gewoon wat vrije tijd krijgen. Niet iedereen zal deze vrije dag op dezelfde manier ervaren.
De pauzeknop op school
Tijdens de staking zal er uiteraard leerstof wegvallen. Maar om te stellen dat hierdoor een leerachterstand ontstaat, is een overdreven uitspraak. Volgens Petra is het aan de leerkracht zelf om een selectie te maken van de belangrijkste leerstof. Om ervoor te zorgen dat op het einde van het schooljaar de leerdoelstellingen behaald worden. Die gemiste lessen leiden dus niet meteen tot problemen.
Sanne De Weert is leerkracht in het eerste studiejaar aan basisschool de Kringeling in Hever. Zij heeftdezelfde mening: “Kinderen krijgen inderdaad geen les tijdens de stakingen, maar dat betekent niet dat ze plots een grote achterstand oplopen. Het gaat om één of twee dagen. Dat valt op te vangen.”
Ze merkt wel op dat jonge kinderen, zoals de leerlingen in haar klas, gevoelig zijn voor veranderingen op school. Als hun dagelijkse routines worden doorbroken, kan dat zorgen voor een zekere onrust. Daarom heeft haar school een opvang voorzien, om de verstoring van de lessen tot een minimum te beperken.
Het begrip onder jongeren groeit met de leeftijd
Hoe jongeren over de staking denken, hangt volgens Petra en Sanne af van hoe oud ze zijn. In het eerste leerjaar is het voor kinderen nog steeds moeilijk te begrijpen waarom mensen staken. Sanne heeft dan ook niet uitgelegd waarom ze er niet was op de twee stakingsdagen.
Vanaf het derde leerjaar krijgen kinderen meer kennis van zaken. Ze volgen het Jeugdjournaal, bespreken actualiteit in de klas en leren wat stakingen zijn. Petra merkt dat leerkrachten daar bewust op inzetten: “Het hoort bij hun algemene ontwikkeling. Ze krijgen duiding, maar hun oordeel is nog heel verschillend.”
Sommige oudere leerlingen ervaren een stakingsdag zelfs als iets leuks: een dag zonder lessen, extra vrijheid of alternatieve zorg waar het minder streng is.

Een brief dat een ouder kreeg inzake de stakingen.
Kwetsbaarheid bepaalt de werkelijke impact
Uit beide gesprekken komt één rode draad naar voren: de impact van de staking op kinderen en jongeren is afhankelijk van de thuissituatie en hun eigen noden. Een kind dat graag naar school komt en veel houvast haalt uit de dagelijkse routine, voelt deze onderbreking meer dan een leerling met een stabiel netwerk thuis.
De staking laat nogmaals zien dat scholen meer zijn dan alleen klaslokalen. Ze bieden structuur, rust, veiligheid en sociale verbindingen. Dingen die écht nodig zijn voor kinderen en jongeren.

