Drieëndertig uur na het voorziene einde van de klimaattop in Bakoe hebben de landen toch via consensus een akkoord bereikt. Deze conferentie stond de financiering van het klimaatfonds centraal. Ontwikkelde landen zullen tegen 2035 met 300 miljard op de proppen moeten komen voor de armste landen. De bijeenkomst heeft opnieuw bewezen dat het een enorm getouwtrek is. Maar hoe komt het dat dit altijd het geval is?
Daan Vandenberghe (20), student geografie aan de VUB en VN-jongerenvertegenwoordiger bij de Vlaamse Jeugdraad, voelt de urgentie om verandering teweeg te brengen. Hij legt de situatie uit vanop de top.
Hij benadrukt hoe belangrijk het is om optimistisch te blijven, ondanks dat de akkoorden flink op zich laten wachten. “Het kan ontmoedigend zijn dat landen het zo moeilijk eens worden, maar dat mag ons niet tegenhouden. Als jongere wil ik laten zien dat je met kleine acties al een verschil kunt maken”, aldus Vandenberghe.
“We moeten dringend stoppen met de kop in het zand steken,” zegt Mieke Cosemans (61), grootouder voor het klimaat vanuit Alken. Voor haar ligt de verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis bij iedereen, maar vooral bij de oudere generaties. “Samen met onze kinderen en kleinkinderen moeten we laten zien dat positieve acties werken. Het is aan ons om hen te inspireren.”
Politiek getouwtrek
Daan Vandenberghe is duidelijk over de obstakels die landen tegenhouden om eensgezind te handelen in de strijd tegen klimaatverandering. “Het is frustrerend om te zien hoe langzaam het gaat. De belangen van landen lopen enorm uiteen,” zegt Vandenberghe. “Landen die sterk afhankelijk zijn van export van fossiele brandstoffen, hebben simpelweg een andere prioriteit dan landen die al hard getroffen worden door de gevolgen van klimaatverandering, zoals ontwikkelingslanden.”
“Het verschil in belangen maakt het moeilijk om gezamenlijke en effectieve maatregelen te nemen.” – Daan Vandenberghe
Voor veel rijke landen draait het klimaatbeleid niet alleen om het milieu, maar ook om economische belangen. Vandenberghe wijst erop dat ontwikkelde landen, hoewel ze vaak een voortrekkersrol claimen in het klimaatdebat, ook grote economische sectoren hebben die schadelijk zijn voor het milieu. “Er is veel druk vanuit industrieën die enorme lobbygroepen hebben. Dat maakt het moeilijk om snel te veranderen. Denk maar aan de luchtvaartindustrie. Er zijn praktisch geen accijnzen op kerosine en vliegtuigtickets worden niet belast. Als we dat zouden veranderen nemen we een grote stap”, zegt Vandenberghe.

Daan Vandenberghe volgt COP29 in Bakoe nauw op.
Tegelijkertijd zijn er landen die, vanwege hun ontwikkelingsstatus, niet dezelfde verantwoordelijkheid voelen voor de klimaatcrisis. “Ontwikkelingslanden halen het argument aan dat zij de crisis niet hebben veroorzaakt, en dat het Westen eerst zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Daarom engageren ze de ontwikkelde landen om de leiding te nemen”, legt Vandenberghe uit.
De ontwikkelingslanden eisten een som van 1.300 miljard dollar tegen 2035 zodat ze hun uitstoot kunnen beperken. Die som gaan ze ook gebruiken om zich aan te passen aan de klimaatverandering. In het eindakkoord is beslist dat de ontwikkelde landen tegen 2035 met 300 miljard dollar op de proppen zullen komen. Ver onder het gewenste bedrag dus.

De zaal waar alle wereldleiders toespraken hielden gedurende COP29.
Kritiek op consumptiedrang
Beiden wijzen op de noodzaak van een mentaliteitsverandering, vooral op het vlak van consumptiegedrag. “De huidige mode-industrie is pure waanzin,” aldus Cosemans. “Waarom moeten we elk seizoen nieuwe kleren kopen? Als je tevreden bent met wat je hebt en het draagt tot het versleten is, bespaar je niet alleen geld, maar ook het milieu.”
Vlaamse huishoudens besteedden in 2022 nog een dikke 1.000 euro aan kleding. – Statbel
“Dat halen we bij ons thuis in de verste verte niet”, zegt Cosemans. Toch is Cosemans hoopvol. Ze merkt dat jongeren vaker naar tweedehandswinkels gaan en trots zijn op wat ze daar vinden. “Die mentaliteit is een stap in de goede richting. Het moet normaal worden om te kiezen voor duurzaamheid in plaats van status.”
Een boodschap aan wereldleiders
Hoewel beiden optimistisch zijn over lokale inspanningen, vinden ze dat het beleid sneller en daadkrachtiger moet worden. “Het akkoord is er, maar nu moet het écht gebeuren. We hebben geen tijd te verliezen”, vertelt Vandenberghe
Cosemans voegt eraan toe: “Mijn boodschap aan wereldleiders? Heb respect voor onze aarde. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar als we dat allemaal zouden doen, zou er al veel veranderen. Als iedereen zijn steentje bijdraagt, komen we er wel.”
Hun boodschap is helder: verandering is nodig en we zullen het samen moeten doen.

