Hoge werkdruk blijft grootste uitdaging voor dierenartsen: ‘Vroeger kwamen dierenartsen vaak uit landbouwfamilies’
“Enkele jaren geleden ontstond een beeld door programma’s zoals Dieren in Nesten of Vinger aan de Poot. Ze tonen een nobel beroep en inspireren studenten, maar verbloemen de realiteit.”© Senne Vandenberghe

Hoge werkdruk blijft grootste uitdaging voor dierenartsen: ‘Vroeger kwamen dierenartsen vaak uit landbouwfamilies’

Dierenartsen ervaren een zware werkdruk door oproepbaarheid, reizen tussen bedrijven, medische behandelingen en administratie. Patrick Vanvuchelen, dierenarts en lid van de opleidingscommissie diergeneeskunde, waarschuwt dat studenten vaak onderschatten hoe intensief het beroep is: “Studenten komen binnen met een romantisch beeld, maar je moet weten hoe je dagelijkse werkdruk en complexiteit aankan.”

Volgens de Orde der Dierenartsen is er in Wallonië één dierenarts per 2.000 runderen. In Luxemburg is dat amper een per 2.800 runderen. Ook in Vlaanderen merkt men een kleine verschuiving in de job.

Patrick Vanvuchelen, dierenarts en lid van de opleidingscommissie van de faculteit diergeneeskunde, benadrukt dat werkdruk de kern van het probleem is. “Het beroep is intensief en onvoorspelbaar. Dierenartsen zijn constant oproepbaar, gaan van het ene zieke dier naar het andere, voeren controles uit en moeten administratie bijhouden.” Het combineren van al die taken met een gezond evenwicht tussen werk en privé is volgens Vanvuchelen moeilijk. “Velen ervaren stress of overspannenheid.”

Vanvuchelen is ook kritisch over studenten die voor het beroep kiezen “Studenten moeten zich veel bewuster zijn van wat het werk echt inhoudt. Ze komen vaak binnen met een romantisch beeld en onderschatten de intensiteit van de job. 

“Ik sliep in mijn beginjaren in blokken van twee tot drie uur.”

Volgens Vanvuchelen is het  niet genoeg om dierenliefde te hebben. “Je moet weten hoe je dagelijkse werkdruk, administratie en de complexiteit van de praktijk aankan.” Het altijd bereikbaar moeten zijn zorgt ook voor minder nachtrust of vrije tijd. “Ik sliep in mijn beginjaren in blokken van twee tot drie uur.”

Patrick Vanvuchelen © Senne Vandenberghe

Romantisch beeld

Media spelen volgens Vanvuchelen een belangrijke rol in die perceptie. “Enkele jaren geleden ontstond een beeld door programma’s zoals Dieren in Nesten of Vinger aan de Poot. Ze tonen een nobel beroep en inspireren studenten, maar verbloemen de realiteit.” Dat was vroeger anders volgens de veearts. “Vroeger kwamen dierenartsen vaak uit landbouw- of paardenfamilies en wisten ze hoe het dagelijks leven eruitzag.”

Vanvuchelen waarschuwt voor de valkuil van romantisering: “Het gaat niet om leuk de dieren te helpen of om grote moderne klinieken, wel om de vaardigheden en het uithoudingsvermogen van de dierenarts zelf. Studenten moeten bewust kiezen en zich realiseren wat de praktijk echt inhoudt.”

Studenten klaarstomen

Goele Caethoven, opleidingsmanager van Thomas More Dierenverpleegkunde, nuanceert dat beeld. “Onze studenten leren baliewerk, klantadvies en medische assistentie bij ingrepen. Ze assisteren bij medische handelingen, bereiden de praktijk voor en verzorgen de voor- en nazorg van dieren. Zo ervaren ze de druk, maar binnen een begeleid kader en met voldoening.”

Het aantal studenten dat voor dierenverpleegkunde kiest stijgt ook, “vorig jaar zaten we met een uitzonderlijke piek van 200 studenten in het eerste jaar, dit jaar zijn dat er net iets minder”.

Caethoven benadrukt dat goed opgeleide assistenten de werkdruk voor dierenartsen kunnen verlichten: “Taken zoals voor- en nazorg, het klaarmaken van de praktijk en administratieve handelingen kunnen door een dierverpleegkundige overgenomen worden. Dat verlaagt de werkdruk en maakt het beroep aantrekkelijker voor de toekomst.”

Volgens Caethoven betekent dat niet dat het beroep minder uitdagend is. “Onze studenten kiezen bewust voor dierverpleegkunde, en ze krijgen een realistisch beeld van wat hen te wachten staat. Zo kunnen ze met passie en professionalisme aan de slag, terwijl ze samenwerken met dierenartsen om de druk te verdelen.”

“Als ze nu afstuderen kunnen ze niet veel in de praktijk, en moet je ze nog een jaar opleiden.”

Ook Vanvuchelen ziet dat scholen de laatste jaren extra inzetten op stageplaatsen in vergelijking met vroeger maar is ook kritisch. “Ik deed vroeger stage en keek op naar mijn mentor. Ik heb na mijn studie nog 10 jaar gewerkt op de plaats waar ik stage deed.” Dat is vandaag anders benadrukt Vanvuchelen. “Vandaag blijven ze twee jaar. Dan stoppen ze of beginnen ze op zichzelf.” Ook over de vaardigheden van studenten is hij kritisch. “Als ze nu afstuderen kunnen ze niet veel in de praktijk, en moet je ze nog een jaar opleiden.”

Toelatingsexamen

Om de kwaliteit te waarborgen kwam er in 2023 een toelatingsexamen voor diergeneeskunde. Dat heeft volgens opleidingsmanager Caethoven ook invloed op de instroom van de studie Dierenzorg bij Thomas More. “Vorig jaar merkten we een hogere instroom. Studenten die het toelatingsexamen dierengeneeskunde niet haalden, kwamen naar onze opleiding dierenverpleegkunde. Dat heeft tijdelijk een uitschieter veroorzaakt, maar als je het op langere termijn bekijkt, is er nog steeds een stabiele stijging van studenten in de opleiding.”

Volgens Patrick Vanvuchelen is de impact van het toelatingsexamen op de toekomstige instroom nog moeilijk in te schatten. “Niemand weet precies welke invloed het ingangsexamen van twee of drie jaar geleden zal hebben, wanneer die studenten straks afstuderen. Als gemotiveerde starters geweigerd werden en daardoor niet in aanmerking kwamen om hun diploma te behalen, kan dat later leiden tot een tekort.”

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *