Het taalniveau van de Vlaamse jongeren staat er niet goed voor. De grootste reden is sociale media en AI volgens leerkracht Nederlands Corien Serneels. Leerkrachten merken dat de inzet op school ook een pak minder is en dat leerlingen moeite hebben met de basisvaardigheden. “Ik heb al eens ‘het woordt’ zien staan op een toets.”
De laatste jaren lijkt het alsof jongeren hun eigen taal spreken. Woorden zoals yusu, six seven of cooked doen vaak de ronde op school. Maar jongerentaal is niet enkel van de laatste decennia. “Het is belangrijk dat we beseffen dat die altijd al heeft bestaan, ook toen er nog geen sociale media waren”, legt Melissa Schuring uit, doctor in de Taalkunde aan de Vrije Universiteit Brussel. “Het enige verschil met vroeger en nu is de invulling.”
“Jongerentaal is een middel om een groepsverband uit te drukken. Ze willen laten zien dat ze bij een bepaalde groep horen door die woorden te gebruiken”, vertelt Schuring. “Maar ook om mensen die niet bij die groep horen, buiten te sluiten. Bijvoorbeeld leerkrachten, grootouders of ouders.” De reden is dat het oriëntatiepunt van jongeren in de puberteit verschuift. Als ze nog jong zijn, zijn de ouders het oriëntatiepunt, maar daarna verschuift het naar vrienden en klasgenoten.
In de puberteit ben je op zoek naar een eigen identiteit, daar horen dingen bij zoals kledingstijl, bepaalde hobby’s of muziekinteresses. Maar taal hoort daar ook bij. Taal is een van de mogelijke manieren waarmee jongeren hun eigen identiteit vormen, maar dat staat niet alleen. Dat gaat gepaard met andere voorkeuren.
Invloed van sociale media
Het is voor leerkrachten Nederlands moeilijk om jongeren te motiveren tijdens de lessen. “De inzet voor het vak Nederlands en de zin voor lezen zijn allebei achteruitgegaan. “Op school merken we ook dat taalrichtingen in het algemeen als minderwaardig worden gezien”, vertelt Corien Serneels, leerkracht Nederlands op de middelbare school De Prins in Diest. Ze vertelt dat er ook minder interesse is in talenrichtingen in het hoger onderwijs. “Die richtingen worden jammer genoeg doorgegeven als laatste keuze bij de leerlingen die gaan verder studeren.”
Het gebrek aan motivatie heeft alles te maken met sociale media. Doctor Schuring legt uit: “Het lijkt mij sterk dat jongerentaal zo’n grote invloed heeft op het taalniveau. Vroeger was er ook jongerentaal. Het klopt dat jongeren minder lezen, maar dat heeft te maken met sociale media.”
Grammatica, schrijven en woordenschat
Corien merkt dat het taalniveau van de jongeren er niet goed voorstaat. “Iedereen kan wel eens een dt-fout maken, maar het valt mij op dat het nu ook gebeurt op de meest onlogische plaatsen. Ik heb al eens ‘het woordt’ zien staan op een toets.” Woordenschat gaat er ook op achteruit. “Die wordt armer. Ik merk dat ik woorden moet uitleggen die voor mij vanzelfsprekend zijn. Dat zorgt voor problemen bij leestoetsen. Leerlingen komen vaak niet tot de essentie, omdat ze woorden uit de tekst niet begrijpen.”

Dat maakt het voor de leerkrachten ook extra moeilijk om complexere zaken uit te leggen. “Leerlingen zijn niet meer mee met zinsontleding. Ze weten niet meer wat een werkwoord of een zelfstandig naamwoord is. Ik merk daarbij dat hun taalgebruik heel simpel wordt”, vertelt Corien. “Ze hebben ook veel moeite met teksten schrijven. Niet enkel qua taalvaardigheid, maar ook qua samenhang. Ze schakelen te snel de hulp in van AI, waardoor ze niet meer nadenken als ze zelf iets moeten schrijven.”
Verschillende registers
Er valt in onderzoeken wel iets op. “Wij zien wel dat kinderen en jongeren heel snel kunnen wisselen van register. Ze weten dat ze bij een volwassene die jongerentaal niet moeten gebruiken. Ik heb het ook nog maar weinig gehoord dat kinderen op een toets Nederlands woorden zoals yusu, clock it en cooked gebruiken”, legt Schuring uit. “We mogen daarvoor jongeren wel een pluim voor geven. Het taalniveau wordt gemeten in formeel taalgebruik en niet in jongerentaal.” In de lessen Nederlands doet zich hetzelfde voor. Corien vertelt: “Op schoolniveau merk ik dat ze jongerentaal alleen mondeling gebruiken en niet schriftelijk.”
