Meer jongeren contacteerden Tele-Onthaal tijdens de feestdagen: “Praten over mentale problemen betekent niet dat jongeren daadwerkelijk ook begeleiding zoeken” – door Pauline Brabants

Meer jongeren contacteerden Tele-Onthaal tijdens de feestdagen: “Praten over mentale problemen betekent niet dat jongeren daadwerkelijk ook begeleiding zoeken” – door Pauline Brabants

Meer jongeren zetten tijdens de feestdagen de stap om te praten over mentale gezondheid en eenzaamheid. Dat blijkt uit cijfers van Tele-Onthaal. Tijdens de periode van De Warmste Week namen 6 procent meer jongvolwassenen contact op met het telefoonnummer en de chatfunctie van Tele-Onthaal. Toch zijn er volgens experts veel jongeren die nadien geen verdere begeleiding zoeken.

“Gedurende de periode tussen 18 en 24 december contacteerde zo’n 4,7 procent van de jongeren tussen 18 en 24 jaar oud onze lijn. Op de chatfuncties zochten maar liefst 28,5 procent van die jongeren hulp. We merken dus duidelijk dat meer jongvolwassenen de stap zetten om te praten over mentaal welzijn”, vertelt Jennifer Pots, woordvoerder van de federatie van Tele-Onthaaldiensten in Vlaanderen. Acties zoals De Warmste Week, die mentale problemen bespreekbaar maken en de dialoog aanwakkeren, zorgen voor een gunstig effect op die cijfers: “De Warmste Week maakte echt een verschil in onze cijfers. Meer jongeren durven spreken over eenzaamheid en mentale problemen. Acties zoals De Warmste Week zijn daarom echt een hefboom om hulp te zoeken”, aldus Pots.

Eenzaamheid tijdens de feestdagen

Tijdens De Warmste Week werden tal van acties op poten gezet om het thema eenzaamheid te belichten en bespreekbaar te maken. Volgens woordvoerder Pots is dat dan ook een zeer verrijkend thema dat niet enkel relevant is voor ouderen, maar ook voor veel tieners en jongvolwassenen. “Wie denkt aan eenzaamheid, associeert dat vaak met een weduwnaar die geen contact meer heeft met de familie, iemand met een heel klein sociaal netwerk. Dat is de klassieke betekenis van eenzaamheid, maar het begrip reikt veel verder. Zo zien we tijdens de feestdagen dat eenzaamheid binnen relaties vaak aan bod komt bij jongeren: ik denk bijvoorbeeld aan verliessituaties, het overlijden van een familielid, maar evengoed een verloren familieband of een relatiebreuk met je lief.”

Het is volgens Pots dan ook logisch dat jongeren tijdens periodes die gelinkt worden aan verbondenheid sneller aankloppen met problemen rond eenzaamheid: “We kregen tijdens de feestdagen meer oproepen of chatberichten van mensen die zich alleen voelen, of het gevoel hebben er binnen hun netwerk alleen voor te staan.”

“In een periode die gekend staat om verbondenheid en samenzijn, is het dan ook evident dat meer mensen hulp zoeken”, Jennifer Pots.

Eerste hulp bij mentaal welzijn

Wanneer Tele-Onthaal een oproep of chatbericht ontvangt, bieden de vrijwilligers een luisterend oor en zorgen ze voor de nodige eerstelijnszorg: “In eerste instantie luisteren we bij Tele-Onthaal naar het verhaal van mensen. We vragen ons samen af: Wat maakt dat je nu contact met ons opnam? En wat heb je nodig om na het bellen of chatten weer verder te kunnen?”

Een luisterend oor bieden en begripvol omgaan met de situatie van mensen staan bij Tele-Onthaal centraal. Verdere opvolging biedt de dienst niet, maar ze kijkt wel hoe mensen in de toekomst met hun problemen kunnen omgaan: “We bieden steun in het hier en nu, maar geen verdere opvolgingstrajecten of begeleiding. Dat wil niet zeggen dat mensen gewoon tegen een vooraf opgenomen bandje spreken zonder feedback. We proberen echt wel te achterhalen wat er speelt door een gesprek te voeren.”

“Hebben we daarmee zaken opgelost? Nee, maar dat is ook niet onze opzet. We willen rust creëren voor mensen die op dat moment nood hebben aan vaste grond”, aldus Pots.

Toch is verdere begeleiding voor sommige mentale problemen of klachten noodzakelijk, en betekent het niet dat wanneer mensen vaker de telefoon nemen, ze ook daadwerkelijk op zoek gaan naar hulpverlening, zo zegt Aagje Rottiers, beleidsmedewerker mentaal welzijn bij de Vlaamse Jeugdraad: “Het klopt inderdaad dat acties zoals De Warmste Week en andere initiatieven zoals de OverKop-huizen hun vruchten afwerpen. Jongeren vinden sneller de weg om te praten over hun problemen en mentaal welzijn. Maar hier hoort ook een genuanceerder beeld bij: niet alle jongeren die bellen naar Tele-Onthaal zoeken ook verdere begeleiding of krijgen effectieve hulpverlening. Daar is nog een hele weg in af te leggen.”

Centraal aanmeldpunt

Het zoeken naar hulpverlening en verdere begeleiding is dan ook niet evident, waardoor de drempel volgens Rottiers nog te hoog ligt om het juiste traject te vinden: “Wat we nu zien, is dat het aanbod aan hulpverlening een heel versnipperd landschap is en dat het voor mensen bijzonder onduidelijk is waar ze terechtkunnen.”

“Vragen zoals: Waar moet ik naartoe? Met welke problemen kan ik waar terecht? Wat is de kostprijs? komen heel vaak terug. Door de onduidelijkheid is hulpverlening op dit moment heel ontoegankelijk”, Aagje Rottiers.

Niet alleen jongeren zelf, maar ook ouders, scholen en andere instanties zijn vragende partij voor meer duidelijkheid over waar ze jongeren kunnen doorverwijzen: “Ouders, leerkrachten, maar ook hulpverleners weten vaak niet waar jongeren begeleid kunnen worden omdat het heel onduidelijk is wie voor welk type hulpverlening in aanmerking komt.”

Volgens Rottiers werden er wel al heel wat stappen gezet om het vinden van hulp toegankelijker te maken: “CLB’s gaan bijvoorbeeld vaak ik gesprek met leerlingen, maar ook acties zoals ‘Ik voel me niet goed, waar moet ik naartoe?’ van de Vlaamse Jeugdraad helpen jongeren en begeleiders al meer om hun weg te vinden.” Toch moet er nog meer gebeuren om duidelijkheid te scheppen: “Het probleem is niet opgelost door een enkel een soort lijstje aan te bieden met alle mogelijke vormen van hulpverlening. Er moet een uniformisering komen in plaats van gewoon het ene na het andere aan te reiken.”

Een centrale plaats waar jongeren, ouders en begeleiders terechtkunnen om hulpverlening te vragen, is volgens Rottiers een noodzakelijke stap: “Wij ijveren voor een centraal aanmeldpunt waar er na aanmelding een triage gebeurt door hulpverleners om iedereen zo specifiek de juiste hulp aan te bieden. Er moet daarbij gewerkt worden vanuit het ‘one door’-principe: jongeren zouden eigenlijk maar op één deur moeten aankloppen, er zou dus maar één centraal aanmeldpunt moeten zijn, om zo correcte, specifieke en juiste hulp te krijgen.”

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *