Jongeren ervaren steeds meer mentale druk, terwijl hun leven aan de buitenkant vaak ‘oké’ lijkt. Dat blijkt uit recente cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Deze paradox van functioneren en toch overlopen, vormt de voedingsbodem voor wat experts quiet rage noemen.
Quiet rage een Engelse term vertaalt als ‘stille woede’ gaat over woede die geen specifieke uiting of taal vindt. Jongeren beschrijven hun leven vaak als ‘oké’, maar hun woede is te vinden in hun lichaam: in schouders die niet zakken, kaken die gespannen blijven en een hoofd vol zware gedachten. IKRAAAN, een jonge Brusselse artieste met Somalische achtergrond, vertelt hoe haar woede naar binnen keerde: “Mijn woede uitte ik eerst op mezelf, via self-harm. Ik heb veel meegemaakt in mijn kindertijd en legde daarom mijn focus volledig op carrière maken. Maar door gesprekken en zelfreflectie ben ik gaan beseffen dat ik mezelf nooit echt heb toegestaan om woedend te zijn op wat er gebeurt is in mijn verleden.”

Haar muziek speelde een belangrijke rol in haar proces. “Mijn muziek begon als ontlading, maar evolueerde naar reflectie. Eerst wilde ik mijn gevoelens kwijt. Nu gebruik ik mijn muziek vooral als manifestatie. Ik probeer inzicht te krijgen in mezelf en wat er in de wereld gebeurt. Het helpt me groeien.” Ze beschrijft hoe ze lange tijd emoties onderdrukte, door trauma en overlevingsmechanismen. Haar autisme speelde daarbij een rol: “Ik ga dingen analyseren, intellectueel, zonder direct mijn emoties erbij te betrekken. Als die toch binnenkomen, voelt dat heel ongemakkelijk.” Muziek en stilte boden haar daarom een veilige uitlaatklep, een manier om woede om te zetten in persoonlijke groei en zelfzorg: “Woede hoeft niet altijd naar buiten, het kan ook naar binnen keren en leiden tot groei en inzicht. Door muziek te maken en mijn gedachten langzaamaan opnieuw te programmeren, besefte ik dat alles met elkaar verbonden is. Ik ben daardoor beter beginnen zorgen voor mijn lichaam, mijn bewustzijn en omgeving. Dat is empowerment.” IKRAAAN kreeg veel reactie op haar vorige album, ‘Geestelijke Gezondheidszorg’: “Toen ik voor het eerst berichten kreeg van mensen die mijn muziek hielp, besefte ik dat mijn woede en eerlijkheid levens redt. Ik zat heel erg slecht in mijn vel toen ik het album uitbracht. Het was nooit mijn intentie om iemand te helpen, maar het veranderde alles. Ik wil nu positieve muziek maken, omdat ik zie wat dat kan doen.”
Collectieve ontlading
Voor Warre Lecluyze, mede-oprichter van het Gentse collectief Been Awake till Sunset (BATS), is het nachtleven geen vrijblijvende ontspanning. Maar een manier om jongeren een gecontroleerde uitlaatklep te bieden in een samenleving die steeds sneller en individualistischer wordt. “We proberen een klein moment van dissociatie van de realiteit te bieden,” zegt Lecluyze. “Al is het maar vluchtig geluk. Een korte vlucht voor zowel artiesten als feestgangers. Want het ene kan niet zonder het andere. Rust bestaat bij gratie van ontlading.”

BATS ontstond niet vanuit een marketingplan, maar vanuit gemis.“We begonnen na COVID zelf met muziek maken en draaien, maar voelden ons op veel plekken niet echt veilig of gezien. We dachten: het kan anders.” Het ‘anders’ zit niet in slogans, maar in structuur. Avonden worden opgebouwd als trajecten. “We beginnen bewust toegankelijk. De feestgangers moeten kunnen landen. Pas daarna bouwen we het op. Niet om te choqueren, maar om mensen mee te nemen.” Het tempo stijgt, de bas wordt zwaarder, de ruimte intenser. “Op het einde kan het harder zijn, maar dan zijn mensen er ook klaar voor. Je voelt wanneer een zaal dat aankan.” Volgens Lecluyze zit onder harde, agressieve muziek zelden pure woede. “Ik speel vaak agressieve muziek, en je ziet dat daar meestal iets onder zit. Opgekropte spanning, frustratie, verdriet. Dingen die er overdag niet uit mogen.” Die interne spanning wordt gevoed door zowel persoonlijke als maatschappelijke factoren. Nieuws over oorlog, klimaatverandering, ongelijkheid en maatschappelijke polarisatie bereikt jongeren voortdurend via sociale media. Voor sommigen vertaalt dit zich in frustratie op straat of online, voor anderen in interne spanning die ergens moet worden losgelaten. Onze emoties worden niet verbaal verwerkt, maar via het lichaam. En daarom dat muziek, kunst en gecontroleerde vormen van expressie vaak een uitweg kunnen bieden.
Risico’s
Het nachtleven wordt in publieke debatten vaak herleid tot risico’s: middelengebruik, grensoverschrijdend gedrag, excessen. Ook IKRAAAN bevestigt dat beeld: “Mensen zijn tijdens het uitgaan vaak bezig met zichzelf, met maskers op. Seksualisatie, opportunisme en performance overheersen de ervaring. Dat kan je overstimuleren en afstand creëren, zeker als je gevoelig bent of autistisch zoals ik.” Maar Lecluyze ziet de risico’s niet als essentie.“Voor ons gaat het niet om zo ver mogelijk gaan. Het gaat om samen gaan.” Binnen BATS is zorg geen randvoorwaarde, maar een kernwaarde. “Als er grensoverschrijdend gedrag is, grijpen we meteen in. Maar het stopt daar niet. We praten er ook over. Hoe komt dit? Wat is hier gebeurd? Wat kunnen we beter doen?”
De paradox is duidelijk: ontlading kan zowel helend als schadelijk zijn, afhankelijk van context en bewustzijn. Wat blijkt uit zowel nachtlevencollectieven als individuele kunstenaars, is dat jongeren intense emoties op uiteenlopende manieren reguleren. Woede hoeft niet destructief te zijn, maar kan constructief en reflectief worden ingezet. Volgens BATS ligt het verschil tussen destructieve en regulerende ontlading bij reflectie, ook tijdens het uitgaan: “Je ziet mensen zweten, hun ogen sluiten, zichzelf verliezen. Dat is geen chaos. Dat is loslaten.”
Zowel Lecluyze als IKRAAAN tonen dat woede en spanning niet per se destructief zijn. Ze kan gedeeld worden, gereguleerd worden, en kan leiden tot verbinding (nachtleven). Ze kan naar binnen keren, transformeren en leiden tot zelfzorg, creativiteit en spiritueel bewustzijn (stilte, muziek).

