België is klein op de wereldkaart, maar in de internationale springpaardensport is het al decennialang een absolute grootmacht. Belgische paarden winnen Olympische medailles, Wereldbekers en vijfsterren-Grand Prix’s. “Een toppaard blijft vijf jaar op het hoogste niveau, een sterk systeem vijftien jaar.”
Tot enkele decennia geleden was België geen vanzelfsprekende topper in de internationale springsport. Het kantelpunt kwam ongeveer veertig jaar geleden, toen Belgische fokkers bewust een strategische keuze maakten: investeren in kwaliteit, ook over de grens. De beste merries uit Duitsland en Frankrijk werden aangekocht en gecombineerd met hengsten die bewezen hadden dat ze zowel sportief als genetisch uitblonken.
Volgens voormalig topruiter Ludo Philippaerts plukt België daar vandaag nog steeds de vruchten van. “We hebben twintig jaar geleden de juiste investeringen gedaan. Veel fokkers hebben toen de juiste merries gekocht in het buitenland en zijn daar intelligent mee blijven fokken. Dat zie je vandaag nog altijd terug in de resultaten.”
Het Belgische warmbloedpaard ontstond zo als een slimme kruising tussen Duitse paarden en Franse paarden, een combinatie die perfect bleek voor het moderne springparcours.
De stempel van Darco
In dat verhaal neemt één hengst een bijna mythische plaats in: Darco. Hij was zelf succesvol in de sport, maar vooral zijn invloed in de fokkerij is tot de dag van vandaag nog zichtbaar. Darco gaf duizenden nakomelingen, waarvan een opvallend groot deel het tot het hoogste niveau schopte. Hij werd een referentiepunt en legde mee de genetische basis voor het huidige succes van de Belgische fokkerij.
Open blik
Waar sommige landen hun fokkerij jarenlang relatief gesloten hielden, keken Belgische fokkers voortdurend naar buiten. Nieuwe hengsten, nieuwe bloedlijnen en internationale kennis werden zonder schroom geïntegreerd. “Wij waren nooit bang om in het buitenland te gaan zoeken,” zegt Philippaerts. “Andere stamboeken hielden hun hengsten liever in eigen huis. Dat heeft ons op lange termijn een voordeel gegeven.”
Die openheid vertaalt zich vandaag in twee toonaangevende stamboeken: het Belgisch Warmbloed Paard (BWP) en Zangersheide. Beide staan al jaren aan de top van de wereldranglijsten voor springpaardenstamboeken.

Toch is er een inhaalmanouvre van de buitenlandse stamboeken. In de meest recente wereldranglijst staan BWP en Zangersheide respectievelijk vierde en zesde. Het Franse Selle Français voert het klassement aan, gevolgd door het Duitse Holstein en het Nederlandse KWPN. De Belgische dominantie is dus geen vanzelfsprekendheid meer, maar blijft wel stevig verankerd.
Meer dan fokkerij alleen
Toch verklaart goede fokkerij niet alles. Paardensport is ook een verhaal van opleiding, timing en continuïteit. Paardensportexpert Frederik De Backer wijst erop dat een toppaard zelden langer dan vijf à zes jaar op het allerhoogste niveau presteert. “Maar het verschil zit in de opvolging. Een ruiter met drie toppaarden na elkaar kan vijftien jaar aan de top blijven.”
België blinkt uit in het vroeg herkennen, opleiden en doorstromen van jong talent, zowel bij paarden als bij ruiters. De cyclus (het nationale circuit voor jonge springpaarden ) behoort tot de sterkste van Europa en vormt een brede basis waaruit jaarlijks nieuwe internationale toppaarden doorbreken.
Bovendien groeien veel Belgische ruiters letterlijk op tussen de paarden. Ze zien van jongs af aan jonge paarden, leren instinctief omgaan met hun ontwikkeling en krijgen een feeling die moeilijk aan te leren is.
Wereldkampioenschap jonge paarden
Elk jaar organiseert stoeterij Zangersheide (Lanaken) het wereldkampioenschap jumping voor vijf-, zes- en zeven jarige paarden. In de top vijf van de vijfjarige paarden waren drie van de vijf paarden Belgisch gefokt, wel met buitenlandse ruiters. Ook de eindstand bij de zesjarige toont dat de toekomst van de Belgische fokkerij er rooskleurig uit ziet. Daar werden Thibeau Spits en Stef Bossaerts vierde en vijfde met Belgische paarden.
Bij de zevenjarige was het goud, zilver en de vierde plaats voor Belgische paarden. De 17-jarige Niels van Rossem behaalde als jongste ooit een medaille op het Wereldkampioenschap in Lanaken. Van Rossem eindigde 2de met een paard dat door zijn familie werd gefokt.
Ruiters in de fokkerij
Vandaag zien we dat heel veel Belgische topruiters ook actief zijn op het allerhoogste niveau met hun zelfgefokte paarden. Zo krijgen onze Belgische springpaarden vanaf de eerste minuut de juiste begeleiding. Een goed voorbeeld daarvan is Pieter Devos. Hij komt met zijn eigen gefokte paarden Casual DV Z en Primo DV Z aan de start van de grootste springwedstrijden van de wereld.
Geen rechtstreekse tegenstander
De aard van de springsport speelt België ook in de kaart. “Je rijdt niet tegen een tegenstander, maar tegen een parcours,” legt De Backer uit. In tegenstelling tot ploegsporten, waar de concurrentie plots sterker kan worden door grote investeringen, evolueert de paardensport trager en geleidelijker.
Wie een sterke basis heeft in fokkerij, opleiding en kennis kan dat voordeel jarenlang vasthouden. En precies daar zit de kracht van België: niet één uitzonderlijke generatie, maar een systeem dat zichzelf blijft vernieuwen.
Infrastructuur en kennis
België beschikt over een dicht netwerk van kwalitatieve accommodaties, trainingscentra en wedstrijden. Jonge paarden kunnen regelmatig in nieuwe omgevingen trainen zonder dat ze voortdurend onder zware wedstrijddruk staan. “We hebben zoveel goede accomodaties in ons land. Dat maakt dat jonge paarden de juiste kilometers kunnen maken”, vertelt De Backer. Die doordachte opleiding maakt het verschil tussen een talentvol paard en een duurzaam sportpaard.

Ook onze ligging is ideaal in de paardenwereld. Dichtbij de grootste wedstrijden ter wereld en zo zijn we het centrum van de paardensport. Heel wat buitenlandse ruiters komen naar ons land om te evolueren als ruiter en meer kennis op te doen.
Toch klinkt er ook een waarschuwing, Ludo Philippaerts wijst op het belang van voldoende ruiters die jonge paarden willen opleiden. “We fokken veel, maar we hebben ook genoeg mensen nodig om die paarden correct op te leiden. Dat blijft cruciaal voor de toekomst.”

