‘Je moet bijna op papier kunnen zetten dat je kind niet te redden valt voordat je hulp krijgt. Dat breekt je.’
Alexianen Tienen was de laatste hoop voor het gezin © Nick Martens

‘Je moet bijna op papier kunnen zetten dat je kind niet te redden valt voordat je hulp krijgt. Dat breekt je.’

Angststoornissen en depressies zitten bij jongeren stevig in de lift. Onderzoek van de VUB stelt dat de psychische klachten van deze leeftijdsgroep zijn verdubbeld sinds corona. Maar wat is nu de impact van deze mentaal in de knoop liggende adolescenten op hun directe omgeving? 

Zowat drie jaar geleden, rond haar derde middelbaar, begon het karakter van Emma*, dochter van Johan* en Karin* uit Leopoldsburg geleidelijk te veranderen. Hun voorheen lief, intelligent maar wat verlegen kind transformeerde. Totdat de frequente huil- en driftbuien niet langer toegeschreven worden aan haar ontluikende puberteit. 

Domino-effect.

“Dat was de start van onze zoektocht door de instellingen”, zucht Johan, “gelukkig weet je als ouder totaal niet wat je te wachten staat. Dat zou pas ondraaglijk zijn.”

Eerst langs bij de huisdokter, dan een doorverwijzing naar de psycholoog, enzovoort. Niets helpt, Emma blijft doodongelukkig. Het vierde middelbaar wordt een breekpunt. De toenmalige psychiater stelt als diagnose autisme en adviseert een aangepaste school in Tessenderlo. Ook dat brengt maar tijdelijk soelaas.

“Er is maar een beperkt aanbod aan opleidingen in dat circuit”, stelt Karin “bovendien zat daar een diverser, vaak ouder publiek waar Emma niet echt aansluiting bij vond.”

Na de zoveelste crisis belandt Emma, na een wachttijd van zeven maanden thuis, uiteindelijk in Zorggroep Myna, toen nog het psychiatrisch ziekenhuis Asster in Sint-Truiden.

Zelfverwijt

“Om op zo’n wachtlijst te komen, moet je bijna bewijzen dat je kind suïcidaal is”, zucht Johan, “dat keer op keer moeten doen, terwijl je na een consultatie terug in een gat van onwetendheid valt, dat vreet aan je.”  

Elke keer proberen je kind te helpen, maar niet weten waar of hoe precies zorgt dat ouders ook de schuld bij zichzelf gaan leggen. Er is namelijk niemand anders om te beschuldigen. 

“Uiteindelijk begin je het jezelf te verwijten”, knikt Johan, “Je weet dat het niet rationeel is, maar je wordt wanhopig. En het werkt niet eens, want het maakt de last op je schouders alleen maar zwaarder. En toch doe je het.” 

Hendrik Van Moorter, psychiater op rust die met ouders in gelijkaardige situaties werkte, herkent het problematische gedrag. 

“Ouders zoeken gemakkelijk naar oorzaken bij zichzelf. Onze cultuur doet dit al langer: kijk naar de schizofrenogene moeder van vroeger, het pathologische gezin, de afwezige vader…Eerder dan te zoeken naar het tekortschieten van ouders is het belangrijk om de ouders als partners, medewerkers in het genezingsproces van het kind te zien. Schuldgevoelens kunnen de kracht van ouders ondermijnen en daarom verdienen ze alle steun om hun kracht terug te vinden.”


Financiële druk als extra factor

Je kind dagelijks zien lijden is als ouder sowieso al loodzwaar”,stelt Karin, “ikzelf ben er een aantal maanden mentaal onderdoor gegaan. Daar komen dan nog de financiële en organisatorische kosten bij. “Ik heb met ouders  gesproken die bij wijze van spreken flirtten met de armoedegrens.”

Voor het gezin werd de zoektocht naar een oplossing voor hun dochter eentje met maandelijks hoogoplopende kosten. Het legde nog meer druk op de situatie.

“Zelf had ik het ‘geluk’ dat ik parttime kon gaan werken”, lacht Johan wat groen, “anders was dat als gezin onmogelijk te bolwerken.”

Terugslag op de rest van het gezin

Ook het tweede kind in het gezin kreeg klappen. De jongere zoon moest aanhoren hoe zijn zus het niet meer zag zitten. De impact van een suïcidaal gezinslid laat veel diepere littekens achter dan de personen zelf beseffen. 
“Soms hadden we ook gewoon niet de energie meer om ook voor hem te zorgen”, zucht Johan. Ook dat werkt in op het schuldgevoel.

“Familie heeft soms de neiging de problemen te minimaliseren, vaak ook omdat het betrokken kind zich in de buitenwereld beter voordoet”, duidt Moorter.  “Dit gebeurt ook omdat de omgeving de omvang van het probleem niet kan inschatten. Men hoort dan soms reacties als ‘bij mijn kind zou het niet waar zijn. Ik zou dit of dat…’ Het kan de gevoelens van onmacht nog vergroten bij ouders. Ouders die soms reageren van het ene uiterste in het andere: streng en eisend of meegaand en toegevend tegenover ‘moeilijk of gevaarlijk gedrag’ van hun kind.”

De onverbiddelijke grens van 18

In het midden van de problematiek stuitte het gezin op nog een probleem: Emma werd 18. Dat zorgde ervoor dat alle zorg en voorheen opgebouwde relaties en vangnetten opnieuw volledig wegvielen. Terug bij af. Voor de ouders voelde dat alsof ze teruggezogen werden in die donkere tijd van wanhopig wachten om op wachtlijsten geplaatst te kunnen worden, zonder info, zonder leidraad.

“Dat is een al lang gekend probleem. Tot 18 is er de jeugdhulp, die over het algemeen meer gericht is op samenwerken met ouders. En plots moet de hulpverlening stoppen omwille van de leeftijd. Het is vaak de oorzaak van een grote crisis”, zucht Van Moorter, “De relaties die men vaak met veel moeite en pijn heeft opgebouwd, stoppen en je moet elders opnieuw beginnen. Als de voorgeschiedenis van de hulp pijnlijk is geweest of alles veel wantrouwen heeft veroorzaakt is zo’n overgang een zoveelste bewijs dat men niet kan vertrouwen op hulp. Het is een maatschappelijk probleem, waarbij het gemak van organiseren primeert op het behoud en beschermen van bestaande goede relaties.”

Licht aan de horizon

Na de overstap naar volwassenzorg belandt Emma bij de Alexianen Zorggroep Tienen. Die voormalige kloosterorde staat bekend om haar expertise op gebied van eetstoornissen en psychisch lijden. Na een intense therapie van zes maanden was Emma mentaal en fysiek veel stabieler. Ze heeft succesvol achterstallige examens gedaan via de middenjury, gaat weer naar school en volgt nu zelfs rijles. 

“Emma heeft deze laatste strohalm gegrepen en dat heeft waarschijnlijk haar, en ons leven gered”, straalt Johan.

Altijd slapen met een oog open
 

Toch zweeft het risico op herval altijd als een schaduw boven de hoofden van de gezinsleden.
“Die achterdocht raak je nooit meer kwijt”, besluit Johan, “daarvoor hebben we gewoon te veel meegemaakt.”

Ook kinderpsychiater Stijn Umans herkent dit vanuit de dertig jaren ervaring in zijn praktijk.

“Die constante druk op de ouders, emotioneel, financieel, allemaal heel herkenbaar”, knikt hij, “zeker sociaal zwakkere ouders lopen vaak verloren in het doolhof aan therapieën. Bovendien lopen ze het risico in een soort van tunnelvisie terecht te komen.”
In dat scenario draait alles om dat zieke kind, dat de enige spil is van het bestaan van de ouders. Sociale relaties, vrienden en zelfs familie worden verwaarloosd. Zo komen ze in een  isolement terecht. Het hele gezin kan hierin meegesleurd worden.

“Ook voor het kind zelf is dat nefast. Die cocon werkt op termijn verstikkend. Een kind heeft nood aan sociale contacten. It takes a village to raise a child.”

Wat te doen als ouder

“Voor de genezing van een kind met psychisch lijden is tijd echt wel essentieel. Wees dan ook niet bang om hulp te vragen”, benadrukt Umans,  “Verzorg jullie netwerk goed. Sociale relaties vormen een sterk vangnet. En hou goede moed”, besluit hij, “genezing is echt wel mogelijk. Kinderen en ouders zijn wonderbaarlijk flexibele wezens.”

*Emma, Johan en Karin zijn schuilnamen. Hun identiteit is bekend bij de redactie.

Denk je aan zelfmoord en heb je nood aan een gesprek, dan kan je terecht bij de Zelfmoordlijn op het nummer 1813 of via www.zelfmoord1813.be

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *