Meten is weten? De betrouwbaarheid van smartwatches: ‘Voor artsen is dat een vooruitgang’
"Je kan je in die data verliezen. Sommigen luisteren dan niet meer naar zichzelf, maar naar die data.” © Senne Vandenberghe

Meten is weten? De betrouwbaarheid van smartwatches: ‘Voor artsen is dat een vooruitgang’

Steeds meer mensen meten hun lichaam, dag en nacht. Met een smartwatch volgen ze slaap, hartslag en belasting, op zoek naar controle, rust of een gezonder leven. “Informatie is nooit gevaarlijk. Het gaat erom dat je ze correct begrijpt en gebruikt”, deelt cardioloog Pedro Brugada.

Mirten Mertens (24) draagt al een tijd een Whoop, een armband die onder meer slaap, hartslag en dagelijkse belasting meet. Niet omdat hij topsporter is, maar uit interesse. “Ook door mijn job als kinesist ben ik met gezondheid bezig. Ik vind het vooral interessant om te zien hoe mijn dagen verschillen. Vakantie tegenover werk, drukke periodes tegenover rustige.”

Vooral zijn hartslag en slaapgedrag volgt hij. Elke dag kijkt hij hoeveel uren hij geslapen heeft. “Ik kijk ook naar mijn strain: hoeveel belasting mijn lichaam al gehad heeft. En naar calorieverbruik. Dan denk ik: ben ik vandaag al een beetje productief geweest?”

Die cijfers zijn niet vrijblijvend. Mertens past zijn gedrag aan op basis van de data. Vooral slaap is daarin bepalend. De app laat hem toe om in te geven wat hij gedaan heeft: alcohol gedronken, koffie, met een slaapmasker geslapen. “Dan zie je wat het effect is op je lichaam. Dat slaapmasker gaf mij bijvoorbeeld negen procent meer recovery. Sindsdien slaap ik altijd met zo’n masker.”

Ook alcohol liet hij grotendeels staan. “Als je één glas alcohol drinkt zie je de dag erna aan je data dat je minder goed hebt geslapen. Dan denk ik: aan dat ene glas heb je eigenlijk niks. Dus ik laat het.”

Toch ziet hij ook een mogelijke keerzijde. “Je kan je in die data verliezen. Sommigen luisteren dan niet meer naar zichzelf, maar naar die data.” Zelf zegt hij die grens niet te overschrijden. “Je moet nuchter genoeg blijven om te weten dat dat schattingen zijn. Je moet die cijfers met een korrel zout nemen.”

Vooruitgang voor artsen

Volgens cardioloog Pedro Brugada vormen smartwatches vandaag een waardevolle aanvulling in de cardiologie. “Het zijn geen medische apparaten en ze hebben niet dezelfde precisie, maar ze zijn vrij goed”, zegt hij. “Voor ons als artsen is dat een vooruitgang.”

Brugada maakt een duidelijk onderscheid tussen eenvoudige horloges die enkel de hartslag meten en meer geavanceerde modellen die ook een elektrocardiogram (ECG) kunnen registreren. “Die laatste zijn bijzonder nuttig. Mensen met klachten hebben hun horloge altijd bij zich. Op het moment dat ze iets voelen, kunnen ze een ECG opnemen van dertig seconden en dat meteen doorsturen naar hun arts.”

Dat maakt het mogelijk om sneller en gerichter te beoordelen wat er aan de hand is. “Het helpt ons niet alleen om problemen vast te stellen, maar ook om ze uit te sluiten. Als je telkens ziet dat het hartritme normaal is, kan je mensen geruststellen.”

Niet blind vertrouwen

Volgens Brugada schuilt het grootste risico niet in de technologie zelf, maar in hoe die gebruikt en geïnterpreteerd wordt. “Informatie is nooit gevaarlijk. Het gaat erom dat je ze correct begrijpt en gebruikt.” 

Ook bij mensen die hartritmestoornissen hebben maar die zelf niet voelen, kunnen smartwatches nuttig zijn. “Als het ritme plots abnormaal wordt, geeft het horloge een waarschuwing. Dat is voor ons als cardiologen een grote meerwaarde.”

“Ik ben heel blij als patiënten zulke smartwatches hebben.” ©Senne Vandenberghe

Dat sommige mensen zich te veel zouden vastklampen aan hun data, ziet Brugada als een randfenomeen. “Je kan verslaafd geraken aan alle technologie. Dat zie je ook bij sociale media. Maar dat zijn uitzonderingen.”

In het algemeen is Brugada uitgesproken positief. “Ik ben heel blij als patiënten zulke smartwatches hebben. Het betrekt hen bij het hele proces van diagnose en opvolging. Ze worden proactief in hun eigen gezondheid, in plaats van passief te luisteren naar de dokter.”

Als Mertens zijn gevoel en de data zouden botsen, vertrouwt hij naar eigen zeggen op zijn lichaam. “Als ik me goed voel, voel ik me goed.” Maar omgekeerd hielpen de cijfers hem ook om zichzelf ernstig te nemen. Toen hij zich een week lang slecht voelde en zijn metingen voortdurend ‘geel’ bleven, stapte hij naar de dokter. “Dan bleek dat ik effectief een infectie had. Toen wist ik: het zit niet in mijn hoofd.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *