Autosporters racen niet alleen tegen de klok en hun tegenstanders, maar ook tegen hun eigen hoofd. Volgens Glenn Van Parijs, racer en coach, begint de mentale belasting vaak al voor de start: “Dat is ook een moment waarop je de tijd hebt om in je hoofd te zitten.” Mental coaching wint aan terrein in de autosport.
Autosport vraagt onder de helm meer dan wat van buitenaf zichtbaar is. Volgens Glenn Van Parijs, tweevoudig winnaar van de 24 uur van Zolder en winnaar van de Porsche Carrera Cup Benelux begint die mentale belasting vaak al voor de race start. “Vooral het wachten en de aanloop naar een wedstrijd, zorgt voor stress”, zegt hij. “Je gaat in die auto zitten en je wacht tot je eindelijk loopt. Dat is meestal een moment van mentale belasting.”
Hoewel het fysieke werk nog niet begonnen is, reageert het lichaam al volop. “Je bent nog niet aan het sporten, maar je hartslag gaat al omhoog. De adrenaline begint op te bouwen.” Net op dat moment is er ruimte om na te denken. “Dat is ook een moment waarop je de tijd hebt om in je hoofd te zitten”, vertelt de tweevoudig winnaar van de 24u van Zolder.
Iedereen gaat anders om met spanning. Van Parijs noemt zichzelf een stresseter: “Ik begin te snoepen en drink wat koffie.” Tegelijkertijd zag hij die stress als een signaal dat hij scherp zou zijn. “Ik wist dan dat als de lichten op groen gingen, ik wel scherp zou zijn.”
Ook een zware crash laat mentale sporen na. Van Parijs maakte zijn eerste ongeval al mee in zijn allereerste wedstrijd. “Ik kon achteraf in de data en op de video zien dat ik anders ging rijden. Je probeert voor jezelf een nieuwe baseline te maken.Maar een crash kruipt in het hoofd.”
“Op het moment dat je 300 km/u rijdt en je denkt: oei, als er nu iets gebeurt, dan ben je niet bezig met je race.”
Tijdens het rijden zelf is daar geen ruimte voor. “Op het moment dat je 300 km/u rijdt en je denkt: oei, als er nu iets gebeurt, dan ben je niet bezig met je race.”
Ook sportpsycholoog en mentalcoach Michelle Warriner herkent dat de spanning vooral voor de race hoog oploopt. “De stress en de druk is er vooral een half uur voor de race.” Volgens haar heeft dat te maken met de entourage. “Heel veel mensen die er nog niet op getraind zijn op het publiek, op het geluid, op de muziek en heel de entourage daarrond, dat die zich soms kunnen overdonderd voelen door die sfeer die er dan hangt.”
Pas in de auto zelf verschuift de focus. “Op het moment dat drivers in de auto zitten, dan zijn ze zo gefocust en zeker met zo’n hoge snelheid. Het gaat over gevaar. En drivers beseffen van: als ik mij hier niet op mijn taak ga richten, dan wordt het mijn dood.” Die druk is volgens Warriner vooral extern: “Het is dan ook niet dat je bang bent om veilig rond te komen, maar de druk om te presteren komt van de mensen rond ons.”

Mentale coaching neemt toe
Van Parijs merkt dat de aandacht voor mentale begeleiding groeit. “Mental coaching is aan het opkomen in de autosport.” Waar vroeger vooral technische coaches en trainers een rol speelden, ziet hij nu meer mentale coaching erbij komen. Toch blijft het een persoonlijke keuze van de de piloten: “De drivers kiezen dat zelf en nemen de mental coach mee naar het circuit.”
“Vanaf het moment dat je ijskoud bent en misschien op een andere manier met emoties omgaat en dat niet laat zien aan je tegenstanders, ben je in een iets sterkere positie dan andersom.”
Openheid over emoties verschilt per coureur. Kersvers wereldkampioen Lando Norris is heel open over het mentale welzijn in de racewagen, terwijl Max Verstappen eerder gesloten is. Van Parijs: “Vanaf het moment dat je ijskoud bent en misschien op een andere manier met emoties omgaat en dat niet laat zien aan je tegenstanders, ben je in een iets sterkere positie dan andersom.”
Zelf reed Van Parijs nog tegen Verstappen in zijn kartperiode. “Ik heb altijd naar hem opgekeken. Hij maakt er geen show rond. Ik zeg niet dat emoties tonen slecht is in de autosport, maar ik weet niet of Norris daar veel baat bij zou hebben.”
Volgens Warriner is juist dat openlijk praten over spanning en angst belangrijk voor mentaal welzijn. “Hoe meer erover gepraat wordt, hoe beter. Zodat de mentale kant van de topsport ook meer ruimte krijgt en aandacht.”

