Zonder bijen stort ons ecosysteem in, en toch verdwijnen ze in sneltempo. Nieuwe cijfers tonen hoe ernstig de situatie is: van honderden soorten in Vlaanderen staan er tientallen op de rand van uitsterven. En dat is nog maar het begin. “Als we niets doen, komen soorten in een negatieve spiraal.”
Voor het eerst werd er een overzicht gemaakt van de toestand van deze cruciale bestuivers, en de resultaten zijn alarmerend. Van de 340 soorten die ooit in Vlaanderen voorkwamen, zijn er 35 volledig verdwenen. Nog eens 101 soorten, bijna een derde, worden bedreigd of zijn kwetsbaar.
“Het onderzoek achter deze eerste rode lijst was broodnodig”, zegt bioloog Joeri Cortens. “De vaststellingen waren erg verontrustend.”
De lijst toont niet alleen welke soorten op de rand van uitsterven staan, maar ook hoe groot het probleem is. Tien procent van de inheemse bijensoorten is al verdwenen, en twaalf procent dreigt hen binnenkort te volgen. Slechts 44 procent van de soorten wordt momenteel als veilig beschouwd. Voor zestien soorten is er zelfs onvoldoende informatie om hun status te bepalen.
Veel bijen, veel problemen
België telt meer dan vierhonderd soorten, en elk van hen kampt met eigen uitdagingen. “De bij bestaat niet”, benadrukt bioloog Joeri Cortens. “Elke soort is verschillend en heeft dus ook zijn eigen uitdagingen.”
De omgeving speelt een rol: soorten die zich thuis voelen in steden doen het beter, terwijl bijen van natuurlijke biotopen zoals heide, duinen en bossen zwaar verliezen. Hommels zijn hier een goed voorbeeld van. Braakliggende gronden werden vroeger vol gezaaid met klavers. “Dit was ooit hun toevluchtsoord, maar nu verdwijnen ze”, vertelt Cortens. Daarbovenop komt de impact van klimaatverandering.

Nestgedrag maakt eveneens verschil. Bovengronds nestelende soorten nemen toe, maar ondergronds nestelende bijen hebben het moeilijk. Klimaatverandering versterkt die trend: soorten met een noordelijke verspreiding verdwijnen sneller dan zuidelijke soorten.
En dan is er nog de honingbij, de soort die we het best kennen. “Voor honingbijen is het grootste probleem het gebrek aan leefgebied”, zegt Cortens. Standaard weides bieden volgens hem niets meer aan de honingbij. “Daarbovenop komt het intensieve gebruik van pesticiden, ziektes en parasieten. standaard weide biedt niets. Sinds kort vormt ook de Aziatische hoornaar een nieuwe dreiging.”
Exotische bedreiging
En die de Aziatische hoornaar is een grote bedreiging voor imkers en hun bijenkolonies. Hij jaagt massaal voor de kast, wachtend tot bijen terugkeren van hun zoektocht naar nectar. Het resultaat: stress, verzwakking en uiteindelijk wintersterfte van hele kolonies.
“Nu is mijn grootste angst de Aziatische hoornaar”, zegt imker Yves Van Parys, die al 45 jaar bijen houdt. “Het is een nieuwe situatie. Daarvoor waren het vooral mijten die de bijen verzwakten.”
Yves zag het drama zich dit jaar voltrekken. Zes kolonies had hij, maar in oktober was het gedaan. “Het is het eerste jaar dat ik overwinter zonder bijen”, vertelt hij. “Allemaal doodgebeten door de Aziatische hoornaar, van begin tot eind oktober.”
De hoornaar is gespecialiseerd in het vangen van honingbijen als eiwitbron. Hij wacht geduldig voor de kast, een techniek die bee-hawking wordt genoemd, en slaat toe zodra een bij landt. Dat maakt hem niet alleen een bedreiging voor de imkerij, maar ook voor de lokale biodiversiteit.
“We kennen hem al jaren”, zegt Van Pary. “Maar toch is het in heel Europa een probleem.”
Elke tuin maakt het verschil
Minder bestuivers betekent minder planten, en dat zorgt op zijn beurt voor nog minder voedsel voor bijen. “Als we niets doen, komen soorten in een negatieve spiraal”, legt bioloog Joeri Cortens uit. “Ook planten die afhankelijk zijn van de bestuiving van bijen komen in gevaar. En als een kettingreactie zorgt het achteruitgaan van de planten voor minder voedsel voor bijen, en zo beginnen we weer opnieuw.”
Studies bevestigen dat die spiraal bestaat. Hoe minder biodiversiteit, hoe kwetsbaarder het ecosysteem. “Stel je voor dat je al je eitjes in één mand legt”, zegt Cortens. “Dan heb je een groot risico. En dat is met de natuur ook zo: hoe minder biodiversiteit, hoe minder de biotopen leefbaar worden voor verschillende soorten.”

Toch is er hoop. Er zijn dingen die we wél kunnen doen. Van bloemen zaaien tot bijenhotels plaatsen: elke tuin kan een verschil maken. Minder maaien, een bloemborder aanleggen of kiezen voor inheemse struiken helpt wilde bijen overleven.
“Voor imkers en burgers zijn sensibilisatieacties belangrijk”, benadrukt imker Yves Van Parys. “Mensen moeten weten wat ze kunnen doen als ze hoornaars of hun nesten vinden.”
Snelle acties kunnen veel honingbijen redden. “Ze nestelen vaak in vogelhuisjes, carports en dakgoten”, legt Van Parys uit. “Als mensen dat herkennen en de lokale overheden of imkers verwittigen, kunnen we ingrijpen voor het te laat is.”

