Limburg verliest zo’n miljoen dieren per jaar door verkeersonveiligheid
Wildoversteekbord op de Noord-Zuidverbinding (N74), waar infrastructuur en natuur elkaar kruisen.

Limburg verliest zo’n miljoen dieren per jaar door verkeersonveiligheid

Limburg werkt op dit moment aan grote infrastructuurprojecten zoals de Noord-Zuidverbinding en de herinrichting van verschillende N-wegen. Tegelijk keren steeds meer wilde dieren terug naar de provincie. Dat zorgt voor een groeiende uitdaging: hoe combineer je natuur en asfalt zonder dat dieren massaal verkeersslachtoffer worden?

Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), de Vlaamse instelling die natuur monitort en wetenschappelijk advies geeft aan de overheid, is die uitdaging groter dan veel mensen denken.
“In Vlaanderen worden jaarlijks naar schatting vier tot vijf miljoen wilde dieren verkeersslachtoffer,” zegt Joris Everaert, onderzoeker bij INBO. “Als je dat ruw inschat, mag je ervan uitgaan dat Limburg alleen al ongeveer een miljoen dieren per jaar verliest.”

Over de Noord-Zuidverbinding in Limburg, een project waar veel lokale bezorgdheid over leeft, zegt Everaert dat er wel degelijk aandacht is voor natuur. “Ze nemen het aspect natuur mee, zeker omdat er unieke gebieden in de directe omgeving liggen. Er wordt gewerkt aan verbindingen tussen die natuurkernen, en ontsnippering maakt daar deel van uit.” Maar er zijn ook uitdagingen vertelt hij: “Alleen rasters plaatsen is niet voldoende. Dan creëer je juist barrières. Je moet rasters altijd combineren met veilige oversteekplaatsen zoals tunnels of aangepaste bruggen.”

Foto door: Marie Claesen
We rijden langs de Noord-Zuidverbinding en merken het contrast tussen weg en natuur op.

Everaert benadrukt dat Limburg een bijzondere positie heeft: “Limburg heeft nog veel grote natuurgebieden. Dat is natuurlijk positief, maar het betekent ook dat er meer dieren zijn die wegen moeten oversteken. Daardoor hebben we hier ook meer slachtoffers, zeker bij soorten zoals de das en ree.” Voor zeldzame soorten zoals de wolf kan één aanrijding zelfs een grote ecologische impact hebben. “We weten dat er in Limburg al een twintigtal wolven in aanrijdingen betrokken waren. Voor zo’n kleine populatie is dat enorm.” Daarnaast waarschuwt hij voor oplossingen die in de praktijk minder goed blijken te werken, zoals sommige wildroosters: “We hebben al gezien dat wolven voorzichtig over wildroosters stappen, terwijl dat net niet de bedoeling is. Dan faalt het systeem.” INBO test daarom verschillende systemen en geeft aanbevelingen voor ontwerp en bijsturing.

Foto door: Marie Claesen
Ecoduct Kikbeek

Het Ecoduct Kikbeek over de E314 is een van de bekendste Limburgse voorbeelden. Monitoring toont dat het door veel soorten gebruikt wordt: reeën, dassen, vossen, kleine marterachtigen, amfibieën en reptielen. Everaert legt uit: “Het ecoduct van Kikbeek is absoluut een succesverhaal. Dat is een van die plekken waar je echt ziet hoe snel fauna een veilige route vindt wanneer je infrastructuur juist aanlegt.”

Ontsnippering werkt

Om versnippering aan te pakken, worden ecoducten, faunatunnels en rasters ingezet. Volgens Everaert is het effect wetenschappelijk zeer duidelijk. “Ecoducten en tunnels, gecombineerd met goede ecorasters, kunnen het aantal slachtoffers met 80 tot 90 procent verminderen. Dat is gigantisch,” zegt hij. “En ze verbinden natuurgebieden waardoor populaties genetisch gezonder worden. Dat is op lange termijn minstens even belangrijk.”

Daarnaast spelen ze ook een rol in verkeersveiligheid.
“Een aanrijding met een ree of everzwijn is niet alleen slecht voor het dier. Het kan ook mensenlevens kosten en auto’s zwaar beschadigen. Ook om die reden is investeren in veilige oversteekplaatsen gewoon logisch.”

INBO werkt mee aan analyses die bepalen welke knelpunten eerst moeten worden aangepakt.
“Je kan niet overal tegelijk ingrijpen. Daarom bepalen we prioritaire zones: waar is het risico groot, waar rijden veel wagens, waar liggen belangrijke natuurkernen?” En bij soorten die terug aan een opmars bezig zijn, zoals de otter, is vooruitkijken cruciaal: “De otter komt vanuit Nederland steeds vaker richting Vlaanderen. Het is belangrijk dat we nu al zorgen dat hun potentiële leefgebieden veilig bereikbaar zijn.”

Naar buitenlandse voorbeelden kijken

Voor inspiratie kijkt Vlaanderen vaak naar Nederland vertelt Everaert: “Nederland is jaren geleden al begonnen met grootschalige ontsnipperingsprogramma’s. De manier waarop zij knelpunten prioriteren en natuurcorridors plannen, nemen we zeker mee.” Maar uiteindelijk blijft het een kwestie van middelen en keuzes. “Het is moeilijk om alles tegelijk op te lossen. Maar elke goed aangelegde verbinding maakt een groot verschil voor dieren en voor mensen.”

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *