Met de grenzen spelen werkt wel, de shows van Noben zijn Eindejaars conference zijn volledig uitverkocht. © Noor Corthouts
Met de grenzen spelen werkt wel, de shows van Noben zijn Eindejaars conference zijn volledig uitverkocht. © Noor Corthouts

Mag je met alles lachen?

Humor doet ons lachen, maar schuurt tegelijk tegen de grenzen van wat kan en mag. Voor comedian Yannick Noben is dat net de kern van comedy. “Ik vind dat binnen comedy alles mag,” zegt hij. Volgens hem bestaan er geen heilige huisjes op het podium, zolang je intentie maar juist zit. Socioloog Jonas Nicolaï vertelt ook hoe krachtig humor kan zijn: “Comedians hebben een soort van comic license: ze krijgen het recht om grensoverschrijdend te zijn en de macht in vraag te stellen.”

Socioloog Jonas Nicolaï van KU Leuven, die onderzoek doet naar humor en satire, bekijkt het breder. Voor hem is humor nooit los te koppelen van de omgeving waarin ze ontstaat. “Humor is een vorm van communicatie. Wat een taboe is, verschilt per context, afhankelijk van achtergrond, normen en waarden.” Wat voor de ene groep bevrijdend werkt, kan bij een andere net verkeerd vallen.


Toch raken Noben en Nicolaï eenzelfde punt aan: kwaliteit is essentieel. Noben verwoordt het scherp: “Als je de taboes aanraakt, moet de mop van hoge kwaliteit zijn. Anders raak je er niet mee weg.”

Hij geeft toe dat hij in het begin van zijn carrière niet zomaar met taboes kon spelen. “Comedy is zeer moeilijk en heel technisch, vooral de timing. Niet iets wat je leert op zes maanden”, vertelt hij.

In die eerste jaren waren de grappen van Noben vaak nog niet sterk genoeg om gevoelige thema’s te dragen. “In het begin van je carrière ben je niet respectabel. Dan doe je het blind, om te shockeren. En dat is niet grappig en niet goed genoeg.”

Pas na jaren ervaring, toen hij een avondvullende show kon brengen, voelde hij dat hij taboes echt kon integreren in zijn werk. “Vanaf het moment dat je een groot verhaal kan maken, waarin een mop over een heilig huisje een duidelijke plaats krijgt, dan lukt het. Toen wist ik: nu kan ik dit doen.”

Nicolaï verwijst naar de benign violation theory: humor werkt precies omdat iets gevaarlijk lijkt, maar uiteindelijk onschuldig is. “Humor heeft grenzen nodig. Zonder taboes zou er minder te lachen zijn.”

Comedy als maatschappelijk wapen
Voor Noben is comedy meer dan amusement. Het is ook een manier om macht te relativeren. Hij haalt Urbanus aan, die in de jaren ’70 grappen maakte over de katholieke kerk. “Omdat hij die mop durfde maken, ging die macht een beetje naar beneden. Comedians zijn de enigen die dat eigenlijk mogen.”

Nicolaï ziet hetzelfde mechanisme, maar dan op macroschaal. “Humor is een barometer van bredere debatten in de samenleving. Hoe we denken over humor toont hoe wij kijken naar vrije meningsuiting, migratie, gender. Het is een vergrootglas op maatschappelijke spanningen.”


Maar hoe we als samenleving kijken naar de rol van humor is nog iets anders dan een gevoel voor humor, zegt Nicolaï. Wat je grappig vindt of niet valt vaak ook te linken aan persoonlijke overtuigingingen en waarden: “Satire uit linkse hoek, bijvoorbeeld is vaak taliger”, legt hij uit. “Ze richt zich op systeemkritiek, op structuren en machtsverhoudingen. Het gaat dan over ongelijkheid, beleid of de manier waarop instituties functioneren. Linkse humor probeert vaak de grote mechanismen bloot te leggen en doet dat vaker met taal zoals bijvoorbeeld ironie.”

Satire uit rechtse hoek daarentegen werkt volgens Nicolaï op een andere manier. “Die is vaak veel persoonlijker en directer. Ze richt zich vaker op concrete individuen en ad hominem kritieken en gebruikt daarbij meer visuele middelen. Het is sneller en scherper. “

Nicolaï benadrukt dat dat verschil niet betekent dat de ene vorm beter is dan de andere, maar dat ze verschillende functies vervullen.

Vrijheid én verantwoordelijkheid
Noben vat het simpel samen: “Je kunt over alles moppen maken, maar je moet het doseren. Als je het merendeel van je publiek verliest, dan ben je een slechte comedian.”


Nicolaï vult dat aan vanuit zijn onderzoek: “Humor kan grappig zijn maar tegelijkertijd bijvoorbeeld ook discrimineren, ridiculiseren of verdelen. Het is niet omdat iets grappig is of humoristisch bedoeld, dat het geen andere bijwerkingen kan hebben. Racistische humor is uiteraard humor, maar blijft ook racisme. En daar hebben we nu eenmaal ook wetten over.”

Dus: mag je met alles lachen?
Voor Noben wel, zolang de mop goed is en je intentie niet kwetsend. Voor Nicolaï hangt het af van de samenleving waarin je lacht, van de gevoeligheden die bestaan, de heersende normen en waarden of zelfs juridische kaders. Kortom: de grenzen die we als samenleving collectief bepalen.

Wat wel overeind blijft: humor kan een krachtig middel zijn om spanning zichtbaar te maken, en soms zelfs om maatschappelijk debat in gang te zetten.


Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *