‘Het statuut geeft ademruimte, maar de realiteit blijft hard’: jobjongleren als  kunstenaar 
Leonard Langbeen sleutelt aan een pedaaltje.

‘Het statuut geeft ademruimte, maar de realiteit blijft hard’: jobjongleren als  kunstenaar 

In België proberen jonge kunstenaars hun carrière overeind te houden tussen projecten, tijdelijke jobs en creatieve bijberoepen. Voor gitarist Leonard Langbeen (26) is dat niet anders: hij jongleert tussen lesgeven, optredens en zelfgemaakte pedaaltjes om rond te komen. Vanaf januari krijgt hij een kunstwerkuitkering, maar die ademruimte staat onder druk in een federale context die steeds sterker inzet op activering.

In het nieuwe federale regeerakkoord blijft de hervorming van het kunstwerkattest, vroeger bekend als het kunstenaarsstatuut, overeind. De algemene werkloosheidscontext verstrengt wel, waardoor er sneller zal worden gecontroleerd en gesanctioneerd. Voor kunstenaars betekent dat: het systeem blijft bestaan, maar de druk wordt groter, zeker voor wie al artistieke projecten, tijdelijke jobs en bijberoepen moet combineren.

Leonard Langbeen (26) rijdt al jaren van repetitieruimte naar schoolgebouw, van studio naar bijverdienste. Overdag staat hij in het secundair onderwijs als muziekleraar, ’s avonds sleutelt hij aan pedaaltjes en flightcases of repeteert hij met zijn band STEVE. “Muziek combineren met een job als leraar is bijna onmogelijk. De uren, de flexibiliteit, dat botst gewoon als je een muziekproject hebt”, vertelt hij. Het is een leven dat drijft op creativiteit, maar ook op voortdurende flexibiliteit. “Fulltime met muziek bezig zijn wordt niet makkelijk gemaakt,” zegt hij. Vanaf januari activeert hij daarom zijn kunstwerkattest, dat recht geeft op een kunstwerkuitkering. Het statuut geeft ademruimte, maar de realiteit daarachter blijft hard. De aanvraag bleek wel eenvoudiger dan verwacht: “Met een diploma van PXL Music en 300 euro verdiend aan muziek zit je er al eigenlijk. Dat is echt weinig, vind ik.” Het geeft hem ruimte om een job te kunnen schrappen en tijd vrij te maken voor muziek en voor zijn zelfstandige werk: gitaarlessen, elektronica­herstellingen en het bouwen van pedaaltjes en flightcases. “Alles wat met muziek en techniek te maken heeft. Ik hoop daar op termijn genoeg mee te verdienen om rond te komen.”

Toch blijft de financiële onzekerheid onder de oppervlakte aanwezig. “Ik heb nog niet volledig gevoeld wat financiële stress doet met mezelf of mijn creativiteit, maar het idee dat er opties zijn die ik kan uitproberen, geeft me wel rust. Zolang het kan, zie ik het als plan B.”

Flexibiliteit als noodzaak, niet als keuze

Die realiteit is volgens managementkantoor Rockoco verre van uitzonderlijk. Sam Donné schetst de economische context voor veel jonge artiesten: “Inkomsten uit platenverkoop en streaming zijn gering. Concerten brengen een beetje op, maar dat geld gaat vaak meteen terug naar PR, materiaal of investeren in het buitenland.” Subsidies blijven daardoor cruciaal om opnames en releases te financieren. Maar omdat die inkomsten te laag zijn, ontstaat er bijna automatisch een tweede of derde job. “Veel artiesten geven les, doen productiewerk, werken als sessiemuzikant of stappen in projecten binnen theater en dans.” Volgens Sam maakt de kunstwerkuitkering een verschil: “Het helpt echt en zorgt ervoor dat jonge artiesten zich kunnen focussen op creatie.”

Maar ook dit systeem kent zijn fricties: “Je kan geen uitkering ontvangen en onbezoldigd een show spelen. Een artiest moet zichzelf uitbetalen bij prestaties, en die tewerkstelling is duur: snel 180 à 190 euro per dag, terwijl een uitkeringsdag ongeveer 75 euro waard is.” Over STEVE zelf is hij voorzichtig maar optimistisch: “Het grootste potentieel zit in het live-aspect. De uitdaging is een trouw publiek opbouwen dat tickets en merch koopt, en creatief blijven zodat je op lange termijn relevant blijft.”

De situatie van Leonard en het advies van Sam sluiten aan bij bredere cijfers. Onderzoek van Kunstenpunt toont dat kunstenaars gemiddeld aanzienlijk minder verdienen dan de rest van de beroepsbevolking. De meeste kunstenaars combineren lesgeven, freelance opdrachten, projecten en artistieke prestaties om te overleven.

Cultuurloket, de ondersteuningsorganisatie voor zakelijk advies aan kunstenaars, benadrukt dat het systeem van de kunstwerkuitkering complex blijft: kunstenaars moeten 156 gewerkte dagen in 24 maanden aantonen, correct tewerkgesteld worden en voldoen aan strikte beschikbaarheidsregels. De administratieve last is reëel en vraagt voortdurende alertheid.

Toch blijft Leonard positief over wat hier wel mogelijk is. “Het talent in België is ongelooflijk. Zoveel artiesten zijn in het buitenland groter dan hier. Dat geeft hoop.” De creatieve drive is groot, het talent overvloedig, maar het economische fundament waarop dat talent moet bouwen blijft broos.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begint u de discussie niet?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *