De kerststal op de Brusselse Grote Markt zorgde dit jaar voor onverwachte beroering. De gezichtsloze figuren, bedoeld als een inclusief kunstwerk, roepen bij veel bezoekers juist vervreemding op. Volgens politicoloog Fouad Gandoul raakt de controverse aan meer dan esthetiek alleen: “Deze kerststal toont hoe snel het wringt wanneer we sleutelen aan tradities.“
De kerststal, die bedoeld is als warm en verbindend symbool, wordt door veel voorbijgangers juist als afstandelijk ervaren. De kille, onpersoonlijke en heel abstracte uitstraling past helemaal niet bij wat veel mensen met kerst verbinden: gezelligheid, iets vertrouwds en verhalen die mensen al generaties lang doorgeven. “Een kerststal is in Europa nooit een banaal decorstuk geweest”, benadrukt Gandoul. “Het is een van de weinige overgebleven rituelen die een combinatie van het religieuze, het historische en het familiale samenbrengen in één beeld.”
Herkenbaarheid als fundament van traditie
Volgens hem speelt herkenbaarheid een cruciale rol. Niet omdat mensen per se religieuze overtuigingen willen verdedigen, maar omdat ze vasthouden aan symbolen die voor hen een belangrijk deel van hun cultuur vormen. “Het idee dat alles herkenbaar moet blijven, wordt vaak weggezet als conservatisme. Maar eigenlijk willen de meeste mensen niets meer dan dat de kern van een traditie zichtbaar blijft.”

De keuze voor gezichtsloze figuren beschouwt hij dan ook niet enkel als artistieke vrijheid, maar als een symbolische ingreep die de essentie van het ritueel ondermijnt. Door Maria, Jozef en het kind Jezus onherkenbaar te maken, wordt de relatie tussen de personages en het verhaal doorgeknipt. “Het resultaat is een kerststal die wel wil verbinden, maar vooral afstand creëert”, vertelt Gandoul.
Publieke rituelen onder druk van neutraliteit
Tegelijk wijst Gandoul erop dat het misplaatst is om de ophef weg te zetten als hysterie. “De boosheid die mensen voelen, komt voort uit het gevoel dat hun erfgoed wordt uitgehold”, zegt hij. Dat gebeurt volgens hem niet alleen bij religieuze symbolen, maar ook bij andere tradities die steeds vaker worden heruitgevonden om aan hedendaagse gevoeligheden tegemoet te komen. “We leven in een tijd waarin publieke rituelen alleen nog mogen bestaan als ze ideologisch neutraal zijn. Maar daardoor verliezen ze juist hun betekenis.”
Voor Gandoul raakt deze discussie uiteindelijk aan iets fundamenteler, namelijk het recht op herkenning. In een samenleving die sterk inzet op diversiteit, mag traditie niet altijd de functie van aanpasbaar decorstuk krijgen. “Kersttradities dragen eeuwen geschiedenis mee. Het is die gelaagdheid die herkenbaarheid creëert. Deze herkenbaarheid is een basisvoorwaarde voor culturele verbondenheid.”
Of de kerststal volgend jaar anders moet, laat hij in het midden. Maar één punt maakt hij duidelijk: “Wie aan symbolen raakt, raakt aan de beginselen van een samenleving.”
